Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • COLUMN: Gewoon Erwin

COLUMN: Gewoon Erwin

08/02/2018 14:00 - Pokay Tongo

COLUMN: Gewoon Erwin

Stuart Rahan  

“Hallooo, dag Stuart. Met Erwin. Erwin de Vries, de befaamde kunstenaar van Suriname. Hoe is het met je?” Zo begon Erwin de Vries onze telefoongesprekken als hij weer eens een eigengereide tori met mij wilde delen. De befaamde Surinaamse kunstenaar zou niet misstaan als onderzoeksjournalist. Ofschoon ik hem nooit mijn huistelefoonnummer had gegeven, wist hij mij wel te vinden. Gewoon, net zo lang dieken tot de man erachter kwam waar ik te vinden was.

Met zijn eigengereidheid verrijkte Erwin ook het Surinaams-Nederlands met 'Eerste kunstenaar Erwin de Vries', 'Tweede kunstenaar Erwin de Vries' en 'Derde kunstenaar Erwin de Vries'. Hij sprak graag, nee, het liefst over zichzelf, over zijn wereldberoemdheid als eerste zwarte kunstenaar die overal op de wereld had geëxposeerd. New York, Amsterdam, Willemstad, andere grote steden en zeker in Paramaribo, zijn meest geliefde stad in het land waar hij bewust voor gekozen had.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was hij al enorm populair en beroemd in Nederland. Erwin had de Nederlandse nationaliteit maar koos in de jaren tachtig voor het Surinaamse paspoort. Hij was trots op het blauwdonkere paspoort. Met zoveel roem had hij in feite het bordeaux paspoort niet nodig om internationale deuren geopend te krijgen. Erwin was zijn eigen paspoort en toch, toch zou en moest iedereen het van hem horen dat hij de enige echte originele Erwin de Vries was.

Het is 1 juli 2013 in het Amsterdamse Oosterpark bij de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij. Koning Willem Alexander en koningin Maxima zijn eregasten als Erwin zijn kans schoon ziet weer eens in eerste-tweede-derde-eigenpersoon een stukje authentiek Erwin de Vries-theater op te voeren. Onaangekondigd sloop hij het strakke protocol binnen. Onversterkt vertelt hij aan iedereen die het maar kan horen dat hij de maker van het slavernijmonument is. De koning en koningin genieten van zijn voorstelling terwijl sommige gasten last krijgen van plaatsvervangende schaamte. Blijkbaar hebben zij Erwin voor het eerst zien optreden in zijn eigen show.

"Stuart, weet je, ik heb een nationaal monument voor Suriname ontworpen. Het land verdient een symbool van nationale saamhorigheid." Ik had wat foto's gezien van het ontwerp met een Davidsster in plaats de vijfpuntige ster. "Ja Erwin, indrukwekkend. Typisch Erwin de Vries. Heel herkenbaar." Die stak hij met plezier in zijn zak. "Maar weet je Stuart, deze regering (Bouterse/Ameerali) heeft geen oog voor kunst en heeft er ook geen geld voor over." Toen al was het overduidelijk. "En waar moet jouw kunstwerk komen te staan?" Zonder enige twijfel: "Op het Onafhankelijkheidsplein." Ik twijfelde op mijn beurt ook niet. "Suriname is toch veel te groot voor zoveel monumenten op één plek."

Hij lachte: "Waar is dan volgens jou een goede plek?" En omdat zijn nationaal monument mij al bekend was, had ik ook over een plek nagedacht. "Parapasi." Stilte. "Parapasi?", herhaalde de kunstenaar mij. "Ja, Parapasi. Op de kruising bij Zanderij. Iedereen die ons land binnenkomt of verlaat ziet het gigantische monument van nationale saamhorigheid." Ik had eindelijk een Erwin de Vries die luisterde. "Wil je dat ook tegen de regering zeggen." Ik was even verbaasd.

Maar Erwin, ik mis iets aan het monument zoals ik vaker iets mis aan jouw kunstwerken van deze omvang." Een kritische noot over het werk van de meester was hem vreemd. "Wat mis je dan?", vroeg hij quasi geïnteresseerd. "Een sokkel Erwin!" Erwin de Vries had nooit nagedacht over een sokkel waar zijn kunstwerken op moesten komen te staan. Daar had ik wel ook over nagedacht en zelfs ééntje ontworpen. Ik legde het hem uit. Hij kon zich erin vinden. "Dan moet je het aan de nationale commissie voor monumentale kunst voorleggen."  

En zoals hij mij vaker belde, belde Erwin mij een dag voor zijn ziekenhuisopname weer op. Ik was toen niet thuis en zag zijn nummer pas de volgende dag. Ik belde terug maar de Surinaamse kunstgrootmeester was helaas niet aanspreekbaar. Beste Erwin, als wij elkaar tegenkomen aan de andere kant van het leven, hoor ik graag onder het genot van een dyonko en een goed glas whisky welk eigengereide tori je deze keer met mij wilde delen.

taknangami@live.nl

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina