Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • COLUMN: Taartaffaire

COLUMN: Taartaffaire

17/08/2019 14:00 - Ganga

Sharda Ganga

Sharda Ganga  

We hebben binnenkort een feestelijke gelegenheid, en die wilden we gedenken met een taart. De taart die we besteld hebben is 60 bij 50 cm, en we verwachten rond de 45 gasten. Plotseling sloeg de twijfel toe: is die taart groot genoeg? En zo zaten enkele masters, bachelors en anderszins hoogopgeleiden samen minutenlang hun hoofd te breken. Er werden schematische tekeningen gemaakt, oppervlakten werden berekend, er werd gestaartdeeld dat het een lust was.

Ik geef toe, het was aan het eind van een supervermoeiende dag, na een aantal superzware dagen, maar toch, het knaagde. Dit moesten we toch in een paar seconden kunnen oplossen? Als mijn tante nog in leven was, zou ik haar als back-upplan hebben kunnen inzetten. Want tante had het vermogen om ongeacht het aantal gasten, iedereen van taart en soft te voorzien, hoe klein de taart ook was. En of er nu vijf of tien gasten kwamen, één liter cola was genoeg. Een kwestie van het aantal ijsblokjes aanpassen, leerde ik al vroeg.

Maar nu tante er niet meer is, moeten we zelf ervoor zorgen dat alle gasten hun stukje taart kunnen krijgen, en dus vroegen we ons af of we misschien voor de zekerheid toch maar een soort kleine back-uptaart in de ijskast moesten houden. Het werd nog net geen slapeloze nacht. De volgende ochtend keken we elkaar beschaamd aan - na een goede nachtrust wist iedereen natuurlijk dat de taart groot genoeg is, 3000 vierkante centimeters gedeeld door 45 is ruim 60 vierkante centimeter taart per persoon als we het verlies van snijranden, enkele mislukte stukken enzovoorts meerekenden. Dat is een fiks stuk van 6 bij 10 cm voor iedereen.

Aan deze beschamende taartaffaire moest ik denken toen ik enkele van de hoofdrekenopgaves van de glo-zesdeklastoetsen zag in een artikel van Ivan Fernald. Fernald haalde een onderzoek aan van de onvolprezen Ewald Levens, die de hoofdrekentoets van 2018 bestudeerde. Hij concludeerde dat de hoofdrekentoets verdacht veel op een redactierekentoets leek. Bij redactie rekenen zijn de opdrachten in de vorm van verhaaltjes weergegeven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld cijferen.

Nu zag ik in de voorbeelden die zijn aangehaald niet echt verhaaltjes, maar ik begreep dat meneer Levens ook een ander criterium gebruikt - als leerlingen te veel tussenstappen moeten maken naar het antwoord toe, en dus te veel getallen in hun hoofd moeten houden is dat voor hem niet echt hoofdrekenen meer. (U merkt het, ik ben geen deskundige - lees het artikel zelf voor een betere uitleg). De leerlingen kregen tot vorig jaar bij de toets veertig minuten om dertig opgaves te maken, tachtig seconden per opgave.

Na de analyse van meneer Levens trok het ministerie dit jaar de tijd op naar vijftig minuten - honderd seconden per opgave. Het lijkt niet veel, maar ik denk dat elke seconde helpt. Ik heb voor de lol de opgaven in het stuk van Fernald gemaakt, en ik beken - zonder pen en papier lukte het me niet om alles binnen de tijd te maken. En dat terwijl ik best goed ben in rekenen. Tenminste, ik dacht dat ik daar goed in was, tot het taartverhaal en het hoofdrekentoetsverhaal.

Ik weet dat het ministerie bezig is met het aanpassen van het rekenonderwijs, en hoop van harte dat er nu nog meer vaart daarachter wordt gezet - we wachten al te lang en elk jaar sneuvelen er kinderen vanwege een systeem dat dus aantoonbaar niet klopt. Maar ik wil vooral mijn waardering uitspreken voor mensen zoals meneer Levens, die met gedegen onderbouwing, zonder poespas, zonder ophef en gedoe, gewoon zo de examenkandidaatjes 20 seconden per som extra heeft bezorgd, en de discussie over de inhoud van het vak aanjaagt. Zo iemand is in mijn boek een held.

gangadwt@gmail.com

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina