Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • COLUMN: Wan Pipel

COLUMN: Wan Pipel

28/11/2019 14:00 - Pokay Tongo

COLUMN: Wan Pipel

Stuart Rahan  

Het verzet tegen het Nederlands kolonialisme is in- en intriest als je uitgerekend op de dag van jouw staatkundige onafhankelijkheid vertrekt naar China om je officieel te laten adopteren. Abraham Crijnssen nam eeuwen geleden in naam van de koning met een beetje sprenkelwater Suriname in bezit voor Nederland. Toen konden wij niet kiezen. Wij werden onderworpen. Na vierenveertig jaar Srefidensi laat jij je niet meer onderwerpen. Waar is je zelfrespect? Waar is je waardigheid? Je bent immers een onafhankelijke natie met een enorm potentieel aan materiële en immateriële rijkdommen.

Spenny: "San yu taygi en, eh? Misschien is het toch beter dat je opdondert, met je witte pier." We hebben wederom massaal naar onze Surinaamse filmklassieker Wan Pipel gekeken. Een luxe om te kunnen kiezen uit dertig televisiestations waar we van 's morgens vroeg tot 's avonds laat keken naar het universele klassieke verhaal over liefde, dwars door culturen, etniciteit en afkomst heen. Helaas, Wan Pipel is niet meer het klassieke drama. Het is een klucht geworden. Teksten (behalve de Sarnamiteksten) kennen we uit het hoofd en overtreffen elkaar in zotheid. We lachen ons verdriet en ellende generend weg en organiseren avonden waarop we massaal met de film mee reciteren.

We lachten, gierden en brulden onlangs in Amsterdam. Voor het eerst leek het erop, zonder dat we ons dat hadden gerealiseerd, dat Wan Pipel verworden is tot een comedy. Dat had regisseur Pim de la Parra zich anders voorgesteld. Spenny's citaat is typerend voor de moeizame relatie tussen Suriname en Nederland. Willeke van Amelrooy staat voor Nederland wat zij een belediging vond. En het werd van kwaad tot erger. Pim wreef haar jaren later in dat zij moest voelen wat de kolonie eeuwen voelde. Toen Spenny de creoolse Roy verwijten maakte met zijn witte pier Karina, klapte de hele zaal voor de Hindostaanse Rubia.

Suriname was een wingewest. Het is geen land dat naar beeld en gelijkenis van het moederland werd getransformeerd. Of zoals het Doe Theater in 1973 in 'Land te koop' de relatie typeerde: "Suriname, het enige land ter wereld waar de Hollanders in driehonderd jaar overheersing geen enkele brug hebben kunnen bouwen." Heel symbolisch, zowel in letterlijke als figuurlijke zin. Nederland had er geen baat bij één Surinaamse natie te smeden. Nederland verdeelde en heerste om het eigen belang veilig te stellen.

Journalist en schrijver Roy Khemradj mocht op Srefidensi neti het woord richten tot het samengestroomde publiek dat op de trialoog met Pengel, Arron en Lachmon, onderdeel van de Grote Suriname Tentoonstelling, was afgekomen. Roy kennende, een beheerste en professionele vakman, werd emotioneel. Het begon met de vraag aan de zaal het Surinaamse volkslied mee te zingen. "Dat samen zingen raakte me. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik een zaal vraag samen Opo Kondreman te zingen."

En dan doet Roy een nog emotionelere oproep. De sokkel waarop het standbeeld van dat "klein iel mannetje" Jagernath Lachmon staat moet verpulverd worden, samen met het gruis van het voetstuk van de weggestopte Henck Arron. Van het symbiotische gruis moet "een state of the art nieuw plateau gemaakt worden, op dezelfde plek waar nu Lachmon staat". De standbeelden komen naast elkaar te staan op het Onafhankelijkheidsplein, zodat Surinamers beide politici op ooghoogte kunnen beleven.

Maar meer nog om zowel Lachmon als Arron nu met eerbied en respect (zonder brandweerladder) een mala om te hangen. Ik ben het hartgrondig met Roy Khemradj eens, twee van de grondleggers van de Surinaamse onafhankelijkheid gebroederlijk naast elkaar. Maar hij vergeet Eddy Bruma, de nationalist die niet alleen op elk Surinaams en Nederlands podium onafhankelijkheid eiste, maar die ook realiseerde in 1975.

En nu, vierenveertig jaar later, is de grootste Surinaamse antikolonialist op weg naar China. "Want China wacht", verontschuldigde de president zich maandag. Suriname wordt volgens de afro-Surinaamse traditie als een kind met weinig overlevingskansen verkocht voor een doni. Intussen is onze schuld bij China behoorlijk opgelopen.

Een schuld die eens vereffend moet worden. Voorlopig helaas geen haalbare kaart, dus zullen de Chinezen hun uitstaande schulden opeisen of verrekenen met onze bossen, grondstoffen, haven en ons Telesur. Terug in de schoot van koloniaal Nederland is geen optie. Alsjeblieft, bespaar ons dat lot.

taknangami@live.nl

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina