Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Rechter: 'Rechtsgeldigheid valutawet onduidelijk'

Kortgedingrechter: 'Rechtsgeldigheid nieuwe valutawet onduidelijk'

06/05/2020 03:09 - Ivan Cairo

Kortgedingrechter: 'Rechtsgeldigheid nieuwe valutawet onduidelijk'

 

PARAMARIBO - In het kort geding over de omstreden wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren is niet gebleken dat die rechtsgeldig tot stand is gekomen. Het kort geding tegen de staat was aangespannen door enkele assembleeleden. Rechter Sylvana Bradley concludeerde dinsdag dat op grond van wat tijdens de behandeling van de zaak naar voren is gekomen "mogelijk verdere toepassing van de wet wordt voorkomen nu vooralsnog de rechtsgeldigheid ervan niet vaststaat". De vordering van de volksvertegenwoordigers werd daarom toegewezen.

"De kantonrechter in kort geding schort op, de toepassing cq verbindendheid dan wel rechtskracht van de wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren, zoals afgekondigd bij SB 2020, no. 73 totdat het Constitutioneel Hof over de grondwettelijkheid dan wel niet-grondwettelijkheid en derhalve de rechtskracht daarvan heeft beslist", luidt haar vonnis.

De parlementariërs betoogden in hun vordering dat in De Nationale Assemblee nimmer over de goedgekeurde wet is gestemd, "omdat de voorzitter van DNA op zaterdag 21 maart 2020 omstreeks 4.00 uur a.m. in DNA ter aankondiging van de stemming heeft gesteld: 'We gaan stemmen over de wet houdende wijziging van de Wet Toezicht Geldtransactiekantoren S.B. 2012, no. 170'."

De staat heeft de beweringen van de eisers niet weersproken. Gelet hierop is het volgens Bradley "vooralsnog niet aannemelijk dat de aanname met algemene stemmen van de in stemming gebrachte wet op 21 maart 2020 betrekking heeft op de door de president afgekondigde wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren".

Zij concludeert verder dat naast het initiatiefvoorstel van NDP-fractieleider Amzad Abdoel ter wijziging van de wet Toezicht Geldtransactiekantoren ook een nota van wijziging en de wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren is aangeboden voor behandeling in DNA.

Het standpunt van eisers dat de goedgekeurde ontwerpwet een geheel nieuwe wet betreft, is volgens de staat waar, voor zover dit de titel van de ontwerpwet betreft. Hoewel de doelstelling van beide initiatiefwetten hetzelfde was, constateerde de kortgedingrechter "inhoudelijk relevante verschillen tussen de twee voorstellen".

Zij stelt verder vast dat veeleer aannemelijk is, zoals de staat zelf heeft aangevoerd, "dat indringende en drastische wijzigingen hebben geresulteerd in de voorstellen van 20 en 21 maart 2020". Het was derhalve niet meer aannemelijk dat hiermee hetzelfde doel werd nagestreefd als in het eerste initiatiefvoorstel van Abdoel.

"Voor zover gedaagde meent dat de wijziging van een artikel en de toevoeging van een nieuw artikel in de voorgestelde wijzigingsnota Toezicht Geldtransactiekantoren 2012 van 24 februari 2020 of het initiatiefvoorstel van 20 maart 2020 in werking niet verschillen met het initiatiefvoorstel van 21 maart 2020, is dat standpunt onhoudbaar", zei Bradley.

Het komt er volgens de rechter op neer dat de in artikel 80 van de Grondwet beoogde wetskracht die volgde op bekrachtiging door de president vooralsnog niet tot stand gekomen is in het geval van de wijziging van de wet Toezicht Geldtransactiekantoren noch in het geval van de nieuwe valutawet.

De magistraat besliste dat, nu niet vaststaat dat de nieuwe wet rechtsgeldig tot stand is gekomen, de werking ervan wordt opgeschort tot daarover door het Constitutioneel Hof is beslist, zoals door de eisers is gevorderd. Volgens haar is uit het proces ook niet gebleken dat de wet Toezicht Geldtransactiekantoren is ingetrokken. Die wet is dus ongewijzigd en nog steeds van toepassing, concludeert de kortgedingrechter.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina