Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Kansen en bedreigingen Paraplantages

Kansen en bedreigingen Paraplantages

20/09/2020 17:08 - Euritha Tjan A Way

Kansen en bedreigingen Paraplantages

Plantage Overtoom is middelpunt van gekibbel tussen stichting Lilaf en het plantagebestuur. Foto: FB Stichting Lilaf  

PARAMARIBO - Paraplantages waren tijdens de slavenperiode vaak houtplantages waar slaven een relatieve grote vrijheid hadden. Zo besloten vele families te bundelen en de plantages te kopen voor kindskinderen. 'Wi bay, wi pay' is daarom een trotse kreet binnen de families die recht hebben op grond in het district Para, dus ook in Overtoom. Maar wie is wel en wie is geen nazaat en wordt de traditie van onverdeelbaarheid werkelijk hoog gehouden?

Wie Overtoom intoetst bij Google vindt vooral beelden van Nederland. Niet vreemd, want plantage Overtoom is genoemd naar een plek in Nederland. Of dat gelijk affiliaties oproept met pijn en strijd in slavernij, omdat er slaven hebben gewerkt op deze plantages, is nou maar net de vraag. Het kan ook gevoelens van kracht oproepen en saamhorigheid. Zeker in het district Para hebben families gebundeld, keihard gewerkt, gespaard en plantages opgekocht. Voor hen een zekerheid dat hun kindskinderen nooit meer in de positie zouden komen om hun hand op te hoeven houden voor een toevallige meester. Immers, ze hadden grond; een kapitaalgoed.

Nu meer dan een eeuw verder, spelen in veel van de plantages conflicten die geenszins in het voordeel zijn van de nazaten, die het volgens de theorie van de voorouders nu dus goed zouden moeten hebben. In plantage Overtoom lijkt het zelfs uit te lopen op een ware strijd tussen het plantagebestuur van Plantage Overtoom met als voorzitter Henry Bel en stichting Lilaf met als voorzitter Jolanda Purperhart. Beide partijen beschuldigen elkaar van kwade bedoelingen binnen de plantage Overtoom. Zo heeft Bel na een vergadering met het plantagebestuur van Overtoom en namens de nazaten, Purperhart die ook nazaat is, verboden handelingen te plegen die in strijd zijn met de statuten en de grondbeginselen van de plantage Overtoom. Echter, Purperhart daarentegen bestrijdt de wetmatigheid van het plantagebestuur van Bel. "Met mijn stichting Lilaf en vereniging Sjulang Kondre ben ik bezig nazaten te bundelen om juist ontwikkeling te brengen in de plantage. We hebben nu zeker zeshonderd nazaten geregistreerd in Suriname en Nederland", houdt ze de Ware Tijd voor.

 

Grondrechterlijk onderzoek

Purperhart geeft aan dat ze bezig is met een grondrechtelijk onderzoek en daarbij is gestuit op enkele opmerkelijke zaken plantage Overtoom aangaande. "Gedurende het onderzoek mag meneer Bel geen beheersdaden uitvoeren op de plantage. Ik wil hem die mededeling laten toekomen via de deurwaarder, maar de organisatie van hem heeft zelfs geen postadres", schetst Purperhart de aard van de organisatie van Bel. De kern van het dispuut ligt erin dat de plantage Overtoom net als veel andere Paraplantages boedel is, dat volgens de nazaten niet verkocht mag worden, maar als collectief behouden moet blijven. Echter, de beheersstructuur - plantagebestuur - die wordt gehanteerd is vaak niet wettelijk vastgelegd maar gebeurt volgens gewoonte. Veel nazaten willen de boedelstatus niet wijzigen, omdat ze de wensen van de voorouders respecteren en omdat ze daardoor niet van de grond verwijderd kunnen worden.

Volgens Purperhart heeft het plantagebestuur van Bel geen recht van bestaan, omdat het eenmansbestuur onder leiding van Walter Herkul die in januari is overleden nooit heeft overgedragen. Bel beaamt dat, maar geeft aan dat zijn bestuur in 2012 al is opgericht omdat Herkul maar niet wilde wijken. "Het is niet wenselijk om twee plantagebesturen te hebben, maar de besturen onder leiding van Herkul en die andere onder leiding van mij gingen op cruciale momenten wel door een deur." Naast voorzitter van het plantagebestuur is Bel ook oprichter van de Vereniging Plantage Overtoom (VPO) die hij ongeveer zeven jaar terug oprichtte met als doel ontwikkeling te brengen in de plantage. Bel geeft wel toe dat de officiële (koop) papieren van de plantage Overtoom bij de familie van Herkul zijn. "Ik ben in dialoog met de familie om de papieren te krijgen, maar het is nog niet zover."

 

Geen nazaat

Purperhart bestrijdt trouwens dat Bel überhaupt een bestuur de plantage aangaande mag voorzitten. "Dat mogen alleen nazaten en de familietak Gron/Bel heeft het stuk dat aan hen toebehoort in 1947 verkocht aan andere nazaten, dat is gebleken uit mijn onderzoek", geeft Purperhart aan. Bel zegt dat hij dat wel heeft vernomen van Purperhart, maar dat ze zoveel roept en hij het bewijs daarvan nog niet heeft gezien. Purperhart zegt dat ze vaker heeft geprobeerd Bel zover te krijgen om met haar aan tafel te zitten en dat ze zijn VPO ook heeft gevraagd met haar stichting Lilaf samen te werken zodat er werkelijk ontwikkeling komt in Overtoom. "Maar hij heeft het geweigerd. Nu maakt hij de nazaten bang door ze te zeggen dat ik hun grond wil afpakken. Mensen worden bedreigd om niet met mij te praten. Dit omdat meneer Bel onrechtmatig bezig is en het ook weet."

Die onrechtmatigheid heeft volgens Purperhart te maken met het uitgeven en verkavelen van gronden van de plantage. De grond wordt geen eigendom van degene die het krijgen, maar ze betalen wel geld aan het bestuur en volgens Purperhart weet niemand wat met dat geld gebeurt. Bel: "We geven alleen grond uit aan mensen die kunnen bewijzen een nazaat van de plantage te zijn. Ze moeten daar inderdaad wat voor betalen. Hoeveel dat is wordt bepaald aan de hand van de bestemming die de grond zal hebben. Wie gaat wonen betaalt niet zoveel als wie bijvoorbeeld aan landbouw gaat doen", legt Bel uit. Het geld dat het bestuur ontvangt wordt volgens hem gestopt in het onderhoud van de plantage, "maar het is nooit voldoende, er is zoveel te doen".

 

Overtoom verkocht?

Volgens Bel willen hij en de nazaten niets te maken hebben met Purperhart omdat ze niet volgens de traditie wil werken. "Ze wil de boedel verdelen en dat willen we niet." Purperhart zegt dat de traditie al heel lang te grabbel is gegooid want er hebben andere families - en ook die van Bel - al verkocht aan anderen." Bovendien heeft zijn recent ontdekt dat NV Frema in 1987 'een vierentwintigste gedeelte onverdeeld in de houtgronden Overtoom en Vreeland met de bij deze gronden behorende grond Mon Gangna Pain' heeft opgekocht bij een erfgenaam. In de koopovereenkomst staat tweeduizend tweehonderdvijftig hectare (2.250). De plantage Overtoom was volgens bronnen op internet 5.250 akkers groot in 1819 wat neerkomt op 2.257,5 hectare. "Ik wil dus weten wat er aan de hand is en of de plantage überhaupt nog bestaat door deze overeenkomst. Ik wil alle nazaten bundelen om deze koop ongedaan te maken." Bel zegt wel op de hoogte te zijn van de koop, maar "na wan owru tori".

Elviera Sandie, die voorzitter is van de Federatie van Paraplantages, zegt Purperhart opgeroepen te hebben het bestuur van Bel te erkennen en met hem samen te werken. "We hebben rust en eenheid nodig in de plantage en dat wordt nu te grabbel gegooid." Ze zegt de koopovereenkomst waarnaar Purperhart verwijst te kennen. "Maar het is nietig, het is boedelgrond, dat kan je niet verkopen", meent Sandie.

 

Groei en strijd

Zonder op deze specifieke zaak in te willen gaan zegt Helmut Gezius, die community development specialist is, dat groei en conflict in zowel urbane als traditionele gemeenschappen voorkomen. "In traditioneel of wel familiare gemeenschappen zoals plantages komen die conflicten of niet snel naar buiten of ze snijden diep als ze eenmaal naar buiten komen en dan kunnen dingen snel uit de hand lopen." Gezius, die naast nazaat ook lid is van het wetenschappelijk bureau van de Federatie van Paraplantages, zegt dat juist omdat die organisatie weet dat groei en conflict altijd spelen zij na enkele officiële momenten enkele kernwaarden heeft bepaald voor binnen de plantages. "Wij hebben gekozen voor goed rentmeesterschap, onverdeelbaarheid en ook zorg voor kindskinderen. En verder dat de federatie alle gerechtvaardigde middelen zal gebruiken om de integriteit en de mogelijkheden van haar culturele erfgoed, waaronder ook de gronden, zal aanwenden om die te bewaren, beheren en te ontwikkelen."

 

Model Waaldijk

Binnen dat proces hebben alle plantages die lid zijn van de Federatie van Paraplantages ook een handleiding gehad naar het format dat wijlen professor Ludwig Waaldijk had samengesteld om het besturen van de plantage op een democratische wijze en niet als alleenheerser ter hand te nemen met als belangrijk oogpunt economische ontwikkeling. Daarbij hoorde ook de ontwikkelingen en opzet van een stichting voor vermogensbeheer die een soort werkarm van de individuele plantagebesturen zou zijn. "En binnen die handleidingen zijn er voldoende handvatten om conflicten en groei aan te pakken. De federatie heeft in deze een sturende rol en is wel voorstander van goed bestuur met transparantie naar de nazaten toe."

Chiquita Akkal-Ramautar, meester in de rechten en docent aan de Anton de Kom universiteit van Suriname, heeft onderzoek gedaan naar de boedelkwesties in Suriname. Zij zegt dat bij wet niemand verplicht is in een onverdeelde boedel te leven. "Indien een nazaat dat wil veranderen kan die een verzoek doen bij de rechter en de rechter zal zo een zaak meestal verwijzen naar een notaris die dat uit moet zoeken." Akkal-Ramautar meldt dat in het geval van de Paraplantages het maken van stambomen waar alle informatie voorkomt van de nazaten van de plantages problematisch is. "Het Centraal Bureau voor Burgerzaken heeft de tools wel dat te doen, maar zal het alleen doen als de staat dat gebiedt." Zij meldt wel dat met het openbaar en digitaal toegankelijk worden van vele archieven in de wereld het steeds makkelijk wordt om nazaten te traceren.

Purperhart zegt dat verdelen van de boedel niet iets is dat bij haar organisatie prioriteit geniet. "Het is een proces dat heel lang duurt en het moet een gezamenlijk besluit zijn. Het zou wel handig zijn om samen als iedereen dat wil wel de boedelstatus te veranderen en te gaan voor collectief erfrecht bijvoorbeeld. Dan kunnen we meer doen met de grond." Echter, ze meldt dat ze niets zal doen zonder dat de nazaten dat zelf willen. "We willen iedereen betrekken bij de ontwikkeling van de plantage."

Volgens Gezius is onverdeelbaarheid van de boedel geen issue en is communaal grondbezit niet iets dat alleen in Suriname gebeurt. "Ook Guyana heeft het. Wat je vaak ziet is dat niet de grond het probleem is, vaak is de familierelatie een probleem. Harten en neuzen wijzen niet in één richting, waardoor conflict ontstaat." Gezius benadrukt dat de Paraplantages heel veel hebben geofferd voor de Surinaamse samenleving. "Kijk naar de plekken waar mensen gaan zwemmen, de wegen in Para, de recente highway, allemaal in Para."

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina