Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Roofkunst terug naar huis?

Roofkunst terug naar huis?

25/10/2020 22:33 - Van onze redactie

Diorama van Gerrit Schouten.

Diorama van Gerrit Schouten.  

PARAMARIBO - Momenteel is de teruggave van de 'roofkunst' die zich in Nederlandse musea bevindt, prominent in het nieuws. Het gaat over voorwerpen, die teruggegeven zouden moeten worden aan de landen van herkomst. In Suriname wordt de discussie langs twee sporen gevoerd, want indien de kunst terugkomt naar huis, hoe goed kunnen we die preserveren?

In Nederland is medio oktober 2020 het rapport 'Koloniale collecties en erkenning van onrecht' verschenen van de adviescommissie onder voorzitterschap van Lilian GonçalvesHo Kang You. Deze advocate heeft zich - na de decembermoorden - vooral gespecialiseerd in zaken betreffende mensenrechten en was onder andere voorzitter van Amnesty International. Gonçalves-Ho Kang You weet dus met gevoelige zaken om te gaan. Nadat bepaalde objecten soms eeuwenlang in depotcollecties van Nederlandse musea zijn beheerd, is er nu discussie over teruggave aan de landen van herkomst. Vaak ex-koloniale gebieden.

 

Wat is roofkunst?

Het begrip roofkunst staat nauwkeurig omschreven in het rapport. Dit is gedaan om te voorkomen dat er getouwtrek ontstaat over belangrijke objecten, waaruit rechtszaken kunnen voortvloeien. Met die wetenschap is het noodzaak om gedetailleerde en allesomvattende omschrijvingen te hanteren van relevante begrippen. En daar wordt dan beleid op gemaakt.

Een citaat uit het rapport, zodat ook hier geen verwarring kan ontstaan: 'Als inzet voor deze gezamenlijke beleidsontwikkeling adviseert de commissie om richting de landen waar Nederland koloniaal gezag uitoefende, de bereidheid uit te spreken tot een onvoorwaardelijke teruggave van alle cultuurgoederen waarvan met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangetoond dat de herkomstlanden deze indertijd onvrijwillig zijn kwijtgeraakt en die vervolgens in bezit van de Nederlandse staat zijn gekomen. Dit vanzelfsprekend voor zover het land van herkomst deze teruggave ook wenst.'

Het rapport is een uitgebreid, prettig leesbaar stuk met veel achtergrondinformatie, en bij nader inzien gaat het niet alleen over roofkunst. Ook het culturele belang van de objecten, en daarbij de omstandigheden in het land van herkomst spelen mee in de besluitneming over teruggave.

 

Internationale bewegingen

De discussie is niet a priori iets tussen Nederland en zijn voormalige koloniën. Teruggaaf is geen zaak van nu, of van hier. Al lang staat een groep Griekse beelden van de Acropolis ter discussie. In 1816 heeft het British Museum deze 'Elgin Marbles' aangekocht van Lord Elgin. Om de zaak voor de Grieken te bepleiten was Amal Cloony aangetrokken. De overheid nam in 2015 haar advies om een rechtszaak te beginnen tegen de Engelse overheid, echter niet over. Ook speelt de oude discussie met Frankrijk, waar in het Louvre veel roofkunst is opgeslagen. Twee jaar geleden beloofde president Emmanuel Macron dat 26 geroofde schatten permanent zouden worden geretourneerd aan het Afrikaanse Benin.

In Frankrijk werd toen een rapport opgemaakt over teruggave van roofkunst. Dit zond schokgolven door de internationale museumwereld. Inmiddels is men meer gewend aan het idee, en zijn de reacties een stuk genuanceerder. De druk vanuit de niet-westerse gemeenschap neemt ook toe, zoals bleek uit de actie van Franse activisten, onder wie Mwazulu Diyabanza. Zij wandelden op 10 september het Afrikamuseum te Berg en Dal binnen en liepen er met een antiek Afrikaans beeld uit. Een symbolische actie, met een ietwat lachwekkende afloop. Op sociale media zien we hoe Diyanbaza wordt gearresteerd en een ijverige politieagente roept dat hij zich rustig moet houden en zijn armen spreiden, terwijl hij haar overduidelijk niet verstaat. Later bleek dat hij in Frankijk terecht moet staan voor een eender vergrijp.

 

Cultuur van wie?

Ook de discussie over wiens cultuur het eigenlijk is, speelt een rol. Een voorloper in dat debat is Kwame Anthony Appiah, docent van gemengde GhaneesEngelse oorsprong, verbonden aan de Amerikaanse Princeton Universiteit. Hij is weinig bekend in Suriname, jammer genoeg, want hij heeft heldere ideeën over cultuur gerelateerde zaken. Hij zoekt naar gezamenlijke kenmerken van het mens-zijn en het verband met culturele claims. Moeten we vanuit de herkomst van objecten anderen uitsluiten, en zeker als dat over nationale grenzen heen gaat? Hij staat een wereldwijde uitwisseling van kennis en culturele producten voor. In zijn artikel 'Who's culture is it' haalt Appiah voorbeelden aan van omstreden erfgoed. Het denken over grote internationale verzamelaars is niet langer positief, ze zijn nu handelaren in gestolen goed. En de grote musea, eens behoeders van culturele topstukken, zijn nu bunkers van plundering.

 

Relevantie voor Suriname

Suriname is van 1651 tot 1975 een kolonie van Nederland geweest en zou daarom ook in aanmerking komen voor teruggave van cultureel erfgoed. De discussie hierover loopt langs twee lijnen. De eerste is, dat er aan de gestelde voorwaarden moet worden voldaan. Nina Jurna rapporteerde voor de NOS en het NRC en vroeg Roseline Daan, nieuwbakken directeur van het directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs en Cultuur, om een reactie. Deze was enthousiast en zei dat alles terug moest naar Suriname. In dit verband wordt een banjo getoond, nu in een Leids museum. John Gabriel Stedman reisde in 1776 terug naar Nederland, na een verblijf van bijna vijf jaar in Suriname. Zijn verslag 'Narrative of a five years expedition against the revolted negroes of Suriname', is wereldbekend, vooral vanwege de afbeeldingen van slavenstraffen. Stedman nam muziekinstrumenten mee, bedoeld voor een rariteitenkabinet, privécollecties waarin ook objecten uit de tropen. Musea bestonden toen nog maar amper. De banjo is een van die muziekinstrumenten.

Jurna interviewde ook Marsha Mormon van Plantage Bakkie. Zij sprak over een diorama van Gerrit Schouten. Er is gesteld dat de verwervingswijze wellicht onbekend is. Maar schouten maakte diorama's op verzoek van Rechter François Lammens, die aan de Waterkant 1 woonde. Deze invloedrijke man fungeerde als mecenas, wat betekende dat hij opdrachten binnenhaalde en Schouten een gestaag inkomen bezorgde. De kunstenaar maakte kijkkastjes op bestelling. In de kast was alles geboetseerd van papier maché en beschilderd, zoals de inheemse figuurtjes in hun kampoe, of de slaven tijdens het baljaren. Deze prachtige objecten zijn vooral etnografisch zeer interessant, omdat ze weergeven hoe diverse groepen begin 1800 leefden. Het Rijksmuseum exposeert enkele tableaus van plantages, het gouverneurshuis op het plein, en de Waterkant.

 

Een nationaal museum

Abusievelijk wordt de Stichting Surinaams Museum in het rapport het Nationaal Museum van Suriname genoemd. Weliswaar fungeert het momenteel als dusdanig, en heeft in het buitenland ook die status. Toen Martijn de Ruijter, docent en conserveringsspecialist van de Rheinward-academie (museologie) te Amsterdam hier colleges gaf over depotbeheer en conserveringstechnieken, beoordeelde hij het Surinaams Museum met een 8, en daar mag het land trots op zijn. Het is sowieso een compliment dat vaak gegeven wordt door toeristen, bij de rondleidingen in Fort Zeeelandia. In 2006 werd het depot van de Stichting Surinaams Museum aan de Commewijnestraat te Zorg en Hoop met fondsen vanuit Nederland gerestaureerd. Heel belangrijk voor de verzameling antiquarische boeken en ander vergankelijk materiaal. Bij de officiële oplevering van het depot werd de 'Sticusa-collectie' overgedragen. De Stichting Culturele Samenwerking had kunst opgekocht als stimulans voor beeldend kunstenaars, en de Surinaamse stukken werden in het Tropenmuseum opgeslagen. Uitgangspunt hierbij was, dat zodra het Surinaams Museum over een professioneel depot beschikte de collectie zou worden overgedragen. Deze bestond uit 48 schilderijen en beelden. Een van de topstukken in die tentoonstelling 'Uit en thuis' is het bekende schilderij 'Maxi Linder' van Nic Loning.

 

Lokale omstandigheden

De tweede discussielijn over de teruggaaf van belangrijke historische voorwerpen aan Suriname, loopt via de voorwaarden waaronder ze moeten worden gehuisvest. Die moeten natuurlijk van dien aard zijn, dat de objecten goed geconserveerd bewaard kunnen blijven en dat ze nog lang meegaan. Dat kost veel geld. In een samenleving die op allerlei gebied bezig is het hoofd boven water te houden in een economische malaise, vervalt cultuur tot een margegebied. De effecten daarvan waaieren uit over het gehele culturele veld. De kunstopleidingen gaan achteruit, schilderijen worden minder verkocht, schrijvers eten droog brood en boeken worden te duur om te (ver)kopen. Dit is een neerwaartse spiraal waarin ook erfgoedinstellingen worden meegezogen. Vanaf 2000 zagen we een opleving van het museumwezen, met de oprichting van verschillende kleine bedrijfsmusea, zoals het MAS-museum, het Numismatisch museum van de Centrale Bank, het Rumhuis en het Telesurmuseum te Nieuw Amsterdam. Deze musea, deels voortgekomen uit deeltentoonstellingen in Fort Zeelandia, houden alleen het hoofd boven water zolang het bedrijfsleven zich om het onderhoud bekommert. Dan is het mogelijk schoolkinderen en toeristen te ontvangen voor rondleidingen. Later kwamen daar nog het Lalla Rookhmuseum, het Kotomuseum en het museum te Pikin Slee bij. De overheid zelf kijkt sinds jaar en dag amper om naar het nationale erfgoed van Suriname, of de culturele instellingen.

Laddy van Putten van de Stichting Surinaams Museum beaamt dit: "Natuurlijk is het mooi om belangrijke voorwerpen in je museum ten toon te stellen, maar veel mensen staan er niet bij stil wat het collectie-onderhoud allemaal omvat." In 2005 kreeg Suriname van premier Jan Peter Balkenende drie diorama's cadeau ter gelegenheid van 30 jaar staatkundige onafhankelijkheid. Van Putten: "Om ze recht te doen werd er in Fort Zeelandia een speciale ruimte ingericht. De zaal moest extra worden geïsoleerd en geklimatiseerd: airco's die dag en nacht draaien. En speciale verlichting zonder UV of infrarood licht. Er is dure folie op de ramen geplakt. In het depot moeten antiquarische boeken, de enige collectie in zijn soort in Suriname, volgens bepaalde regels opgeslagen worden. Daar moet de lucht permanent ontvochtigd en gekoeld zijn, om de ideale klimatologische omstandigheden te creëren voor het behoud van tere voorwerpen, zeker die van papier. Dat kost heel veel geld."

 

Rol van de overheid

Van Putten is kritisch over de overheid, die maar mondjesmaat inkomt: "Normaliter ontving het museum op jaarbasis gemiddeld 10.000 euro aan subsidie, maar die is vanaf 2014 niet meer uitgekeerd. We draaien dus volledig op donaties en verkoop van toegangskaarten, en dat ligt vanwege corona nu volledig stil. Jaren terug organiseerden we goedbezochte culturele bijeenkomsten op de eerste zondag van de maand. Maar de overheid eiste dat er belasting werd geheven op de toegangskaarten, en de hele rompslomp werd te veel. Jammer, maar zo word je ontmoedigd om iets te ondernemen."

Personeelskosten drukken als een zware last op de uitgaven, en de overheid komt in met slechts enkele uitgeleende krachten. Dat aantal is veruit onvoldoende om zo'n belangrijke nationale collectie goed te beheren en te presenteren. "Het beleid van de overheid is helaas niet transparant. In zijn inaugurele speech gaf president Chandrikapersad Santokhi recentelijk aan dat er twee leerstoelen voor culturele zaken zullen worden geïnstalleerd op de universiteit. Maar we zien dat de kennis die in huis is, onvoldoende wordt ingezet. Er zijn wel degelijk kenners en specialisten, en ook stagiaires dragen kennis over op het gebied van moderne conserveringstechnieken."

In dit artikel gaat het over het beheer en behoud van cultureel erfgoed in de vorm van roerende goederen, terwijl ook de monumentale panden lijden onder de economische situatie. Maar dat is een ander hoofdstuk. Als afsluiting een overweging die nog weinig klinkt in de discussies: op dit moment is er veel gaande over de slavernijgeschiedenis in Nederland, zowel in de Oost als in de West. Daarom zou het goed zijn als er voorwerpen (of kopieën daarvan), gerelateerd aan het slavernijverleden een plaats blijven behouden in exposities, zelfs in meerdere musea. Zodat het licht breder mag schijnen op deze donkere bladzij van de Nederlandse geschiedenis. De kustzinnige voorwerpen, zoals de diorama's, kunnen daarnaast de beeldvorming over de gekoloniseerde mens in positieve zin beïnvloeden.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina