Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Staatsolie viert bigi yari met vierde olievondst

Staatsolie viert bigi yari met vierde olievondst

13/12/2020 00:00 - Ivan Cairo

Rudolf Elias vertrekt met opgeheven hoofd bij Staatsolie. Hij heeft er altijd stellig in geloofd dat Suriname olie in het zeegebied zou vinden. Dat leverde hem niet zelden 'hoongelach' op.

Rudolf Elias vertrekt met opgeheven hoofd bij Staatsolie. Hij heeft er altijd stellig in geloofd dat Suriname olie in het zeegebied zou vinden. Dat leverde hem niet zelden 'hoongelach' op.  

PARAMARIBO - Een mooier cadeau kon Staatsolie op haar veertigste verjaardag op 13 december niet hebben gekregen dan nog een grote olievondst vrijdag voor de kust, de vierde op rij. Wat de omvang is en of de kwaliteit die van de eerder aangeboorde olie evenaart of niet wordt de komende periode uitgezocht. Hoewel hij jarenlang heeft geroepen dat er olie zou worden gevonden, zal Staatsolie-directeur Rudolf Elias, er niet bij zijn wanneer het ‘zwarte goud’ voor de kust over vier tot vijf jaar in productie wordt gebracht. Hij zwaait in mei volgend jaar af en draagt het roer over aan Anand Jagessar.

"De magie is over", zegt Elias die het bedrijf nu zes jaar leidt. Zijn credo is dat medewerkers bij Staatsolie niet te lang op dezelfde post moeten blijven. De kans is dan groot dat verstarring optreedt omdat mensen in hun comfort zone blijven en alles op dezelfde oude manier gedaan wordt. "Je moet constant veranderen en in beweging blijven. Geen enkele manager of high potential moet langer dan vijf jaar op een positie blijven. Als je stil staat ga je dood", aldus Elias. "Omdat ik dat als een heilige filosofie heb en Staatsolie op basis daarvan gerund en uitgedragen heb, kan ik niet zeggen: voor mij geldt dat niet."

Hij zegt Staatsolie sinds zijn aanstelling als directeur te hebben getransformeerd van een log en centraal geleid bedrijf tot een lean and mean en effectieve en kostenbewuste organisatie die de uitdagingen van de toekomst zeker aankan. Elias zegt hierbij "ontzettend" te zijn geholpen door twee economische crises waarbij de olieprijs wereldwijd zelfs zakte van honderd US dollar naar twaalf US dollar per vat. Dat maakte dat het bedrijf kostenbewuster en efficiënter werd gemaakt. "We moesten de veranderingen maken om te overleven". De transitie was gebaseerd op de Strategy for Success die toen geformuleerd werd. Die strategie moest Staatsolie gereedmaken voor de grote olievondsten voor de kust.

 

Voor gek verklaard

Elias lacht er nu om dat mensen hem voor gek verklaarden en er grapjes over maakten zodra hij weer eens in de media verscheen en aangaf dat olie gevonden zou worden. Nu is dat een feit en is Staatsolie ready, maar de rest van het Surinaamse bedrijfsleven en de overheid niet. De directeur pleit ervoor dat de nieuwe leiding bij Staatsolie minstens vijf jaar aanblijft. Zij zal in deze periode het vertrouwen van de internationale kapitaalmarkt moeten zien te winnen. Daarom zou het "niet verstandig" zijn dat hij nog voor een of twee jaar als directeur aanblijft om vervolgens te moeten overdragen aan een directeur die dan van vooraf aan zou moeten beginnen om internationaal vertrouwen op te bouwen. Als voorbeeld stelt Elias dat geen enkele bank geld zal lenen aan een persoon voor een bepaald project, waarbij deze persoon aangeeft dan niet hij maar "iemand anders het project zal uitvoeren."

Intussen blijft Staatsolie onshore nieuwe aardolievoorraden zoeken. Ook wordt nieuwe technologie toegepast of uitgeprobeerd om ook de restantolie in de huidige bronnen die met conventionele methoden niet meer gewonnen kan worden, toch naar boven te halen. Deze activiteiten zijn erop gericht om de olievelden in Saramacca nog zeker 25 jaar in productie te houden. Testen met polymer flooding, waarbij een bepaalde stof in de bronnen wordt gebracht zodat de dikke olie beter gaat vloeien, blijken positieve resultaten op te leveren. In 2023 zal deze technologie dan ook worden geïntroduceerd. Daarnaast wordt ook proefgedraaid met cyclic steam injection, waarbij hete lucht en water tussen de oliebronnen wordt gebracht zodat de olie makkelijke kan worden opgepompt. Elias legt uit dat nu ook horizontale boringen worden uitgevoerd. Van belang is verder dat het bedrijf mogelijkheden blijft zoeken om kosteneffectiever te produceren zodat concurrentievoordelen niet verloren gaan. In dat kader worden systemen toegepast die erin resulteren dat de olieraffinaderij en het stroomproductiebedrijf SPCS steeds één tot twee procent minder aan productiekosten hebben.

 

Investeringen

Aangezien aardolie op termijn op zal raken dient Staatsolie ook te denken aan hernieuwbare energiebronnen om die eventueel in ontwikkeling te brengen. Nu al moeten studies daarover gedaan worden. Als tussenfase zal ook moeten worden nagegaan wat te doen wanneer grote voorraden aardgas voor de Surinaamse kust worden gevonden. Zo zal moeten worden bekeken of dit alleen of in samenwerking met Guyana gedaan kan worden en voor welke industrieën het gas beschikbaar zal worden gesteld. Een mogelijkheid is ook om de bauxietvoorraden in West-Suriname met gas in productie te brengen. In de offshore-industrie gaat Suriname goede tijden tegemoet, weet Elias. Het komend jaar gaat het Franse Total circa 700 miljoen US dollar investeren in de offshore sector. Er zullen verschillende boorputten worden aangelegd en daaraan gerelateerde projecten worden uitgevoerd. Het geld wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van productiebronnen, het vaststellen van de omvang van aangetroffen olievoorraden en exploraties. Deze activiteiten zullen plaatsvinden in Blok 58 en Blok 47. De Staatsoliedirecteur zegt dat meerdere bronnen tegelijk in productie zullen worden gebracht. Met welke gestart wordt is nog niet bepaald.

Bij het scenario met de laagste olieprijzen zal de Surinaamse overheid minstens 20 miljard US dollar binnenhalen en bij heel gunstige prijzen zal dat kunnen oplopen tot wel 60 miljard US dollar. Elias hoopt daarom dat de maatschappelijke discussie wat te doen met de inkomsten snel meer inhoud krijgt. Hij is blij met het initiatief van minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business & Internationale Samenwerking om een aanzet te geven de maatschappelijke discussie aan te zwengelen. Hij organiseerde een seminar hoe het Spaar- en Stabilisatiefonds meer vorm en inhoud zou kunnen krijgen. Daarbij gaf een deskundige uit Noorwegen een presentatie over het welvaartsfonds van dat land. Het Noorse fonds is een van de grootste ter wereld en beheert triljoenen US dollars. "Het is een goed initiatief dat moet uitmonden in een nationaal plan", aldus Elias.

 

Historie

Staatsolie is opgericht op 13 december 1980, wat een grote stap was in de ontwikkeling van de Surinaamse olie-industrie. Na een succesvol exploratie- en productietestprogramma begon de commerciële productie op 25 november 1982. Vanaf dat moment bereikte het bedrijf de ene mijlpaal na de andere. Het zaadje voor Staatsolie werd eigenlijk in 1965 geplant toen bij het boren naar water op een schoolterrein in Calcutta, Saramacca, op een diepte van 160 meter olie werd aangetroffen. In mei 1980 stelde de toenmalige regering defacto geleid door legercommandant Desi Bouterse de Oliecommissie in onder leiding van geoloog Eduard 'Eddie' Jharap. Twee jaar later, en wel op 25 november 1982, begon de commerciële productie in het Tamabaredjoveld in Saramacca. De productie was toen tweehonderd vaten per dag.

Met een lening van een consortium van lokale banken zette Staatsolie de productiefaciliteiten en infrastructuur in Catharina Sophia in Saramacca op en kocht ze haar eerste olietanker. In 1983 werd de eerste rotatiepomp geïnstalleerd en werd de zogenoemde jaknikker vervangen. Datzelfde jaar werd voor het eerst Saramacca crude aan bauxietmaatschappij Suralco geleverd. De zware olie werd gebruikt als brandstof bij de thermische processen in de aluinaardefabriek die in Paranam stond. In 1984 werd een nieuw contract ondertekend met Gulf Oil voor exploraties in het zeegebied en werd de tweede tanker, Staatsolie-II aangeschaft. In dat jaar bereikte de olieproductie het niveau van duizend vaten per dag.

Een grotere mijlpaal werd bereikt in 1988 toen voor het eerst Saramacca crude werd geëxporteerd naar Trinidad en Tobago. Vier jaar later, in januari 1992 werd begonnen met het aanleggen van de pijpleiding van Saramacca naar Tout Lui Faut, die in augustus in gebruik werd genomen. President Ronald Venetiaan gaf in februari 1995 het startsein voor de bouw van de olieraffinaderij in Tout Lui Faut. Dezelfde dag waarop dit gebeurde tekende Staatsolie een leningscontract van 36 miljoen US dollar met een consortium van banken waaronder ABN-Amro en Epag Bank. De bouw van de raffinaderij werd toegewezen aan het Nederlandse bedrijf Lummus Global. In juli 1996 begon Staatsolie met de productie in de velden in Tambaredjo en in 1997 begon de raffinaderij met haar productie van achtduizend vaten per dag.

Dieptepunt was het ontslag van directeur Eddie Jharap op 4 juni 1998 door president Jules Wijdenbosch, omdat Jharap zich verzette tegen de voorgenomen verkoop van Staatsolie aan het Koreaanse Daewoo. Jharap vocht zijn ontslag aan bij de rechter en werd op 29 juni door de rechter in het gelijk gesteld. Het ontslag werd toen teruggedraaid. In 2006 begon Staatsolie met de productie van elektriciteit via haar dochteronderneming SPCS en in 2011 nam Staatsolie de Chevron/Texaco-operaties in Suriname over. Twee jaar later introduceerde zij haar eigen brandstofmerk en pompstations GOw2. In 2013 produceerde Staatsolie haar honderd miljoenste vat olie, dertig jaar nadat de eerste olie uit de grond werd gepompt in Tambaredjo.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina