Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Verdediging Hoefdraad blijft aandringen op nietigverklaring vordering

Verdediging Hoefdraad blijft aandringen op nietigverklaring vordering

23/12/2020 02:02 - Wilfred Leeuwin

Verdediging Hoefdraad blijft aandringen op nietigverklaring vordering

 

PARAMARIBO - De verdediging van ex-minister Gillmore Hoefdraad van Financiën blijft erbij dat het Openbaar Ministerie (OM) niet de juiste handelingen pleegt, zoals voorgeschreven in het Wetboek van Strafvordering, in haar poging de gewezen bewindsman te vervolgen. In een tweede beurt hebben de advocaten Irene Lalji en Murwin Dubois, dinsdag het Hof van Justitie er weer op gewezen dat procureur-generaal (pg) Roy Baidjnath Panday, Hoefdraad niet op een juiste manier heeft gevorderd.

De juristen eisen dan ook dat de vordering nietig wordt verklaard. Het hof zal op 11 januari een uitspraak doen. De rechtszaak van het OM tegen Hoefdraad is op 4 december begonnen. Echter, het is nog niet tot een inhoudelijke behandeling gekomen, omdat de verdediging van Hoefdraad excepties heeft opgeworpen tegen de manier waarop hun cliënt is gedagvaard.

Lalji zei in haar tweede beurt dat het Wetboek van Strafvordering duidelijk is over hoe een verdachte moet worden gedagvaard om voor de rechter te verschijnen. Er is onvoldoende inspanning gepleegd door het OM om Hoefdraad te bereiken of de dagvaarding te laten betekenen door onder andere een huisgenote van de ex-minister.

Uit de akte van uitreiking blijkt dat de vordering wel aan de districtscommissaris van het bestuursgebied, waarin Hoefdraad woont, is afgegeven ervan uitgaand dat die het zou verzenden naar het woonadres wat tot nu toe niet is gebeurd. Onduidelijk is voor Lalji wat de inspanningen zijn geweest van de oproepende ambtenaar die de vordering moest bezorgen en als die gevraagd heeft naar eventuele huisgenoten van de verdachte of zelfs heeft gevraagd naar Hoefdraad.

Volgens de jurist heeft het uitbrengen van dagvaardingen een bepaald doel. Zo moet de verdachte op de hoogte worden gebracht van het feit dat er een rechtszaak tegen hem aanhangig wordt gemaakt. Dat moet niet aan zijn advocaat worden gedaan. "De wet heeft hierin een dwingende bepaling voorgeschreven aan het OM in artikel 517 op straffe van nietigheid bij het niet naleven hiervan."

Volgens het OM zou de ambtenaar op het adres van Hoefdraad aan de Eusieweg 40 slechts een beveiligingsmedewerker hebben aangetroffen, die geen huisgenoot is. Daardoor kon de dagvaarding dus niet worden uitgereikt op dat adres. Lalji vraagt zich af hoe deze werkwijze van de pg zich verhoudt tot het opsporingsbericht dat hij op 11 augustus heeft laten plaatsen op de website van het Korps Politie Suriname (KPS). Daarin blijkt dat de pg wel degelijk ervan op de hoogte is dat Hoefdraad niet op zijn woonadres is en bij het dagvaarden toch gebruik heeft gemaakt van het eerste lid van artikel 517 om hem te dagvaarden.

In het opsporingsbericht staat dat Hoefdraad laatstelijk aan de Eusieweg 40 heeft gewoond en eenieder die informatie over zijn verblijfplaats heeft, wordt verzocht contact te maken. Volgens Lalji had de pg gebruik moeten maken van lid twee van het artikel dat precies aangeeft wat er moet gebeuren wanneer de woonplaats van de verdachte niet bekend is. "Als het OM van mening is, dat het woonadres van de heer Hoefdraad aan de Eusieweg is en hij daar aanwezig is, wat is er dan simpeler voor het OM om de heer Hoefdraad dan op dat adres op te halen", vroeg Lalji de rechters van het hof. Overigens, het OM heeft in de media vaker bekendgemaakt niet te weten waar Hoefdraad zich bevindt. Het hof heeft ook bekendgemaakt dat ze een internationaal bevel zal uitvaardigen.

Een andere reden waarom Lalji van mening is dat het hof de vordering van het OM nietig moet verklaren, is dat de pg een verkeerd artikel heeft gebruikt om Hoefdraad op te roepen. Het artikel op basis waarvan hij is opgeroepen, is bedoeld voor een zaak in hoger beroep. De pg zei eerder dat het een verschrijving is geweest die hij wil corrigeren. Volgens Lalji is het geen verschrijving, maar een grote onjuistheid en betekent het eigenlijk dat de verdachte niet weet voor welk gerecht hij is gedagvaard. De jurist vindt dat er in de dagvaarding informatie ontbreekt. Het zit vol onjuistheden en is onnauwkeurig, wat leidt tot nietigverklaring. Dat de pg spreekt van een verschrijving noemt Lalji zeer ernstig, omdat hij heel goed weet dat voor het vervolgen van Hoefdraad alleen het Hof van Justitie, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, is belast. De zaak is in eerste aanleg nog niet eens inhoudelijk begonnen.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina