Registreren | Inloggen       Colofon
  •  
  • Home
  • Politici denken niet verder dan de kleur van hun partij

Politici denken niet verder dan de kleur van hun partij

03/01/2022 18:59

Stil protest van journalisten voor de Nationale Assemblee.

Stil protest van journalisten voor de Nationale Assemblee.  

PARAMARIBO - Politici, de goede niet te na gesproken, zijn niet in staat verder te denken dan de kleur en het belang van hun partij. Die jarenlange opvatting van mij is versterkt na een discussie, met politici en personen die hechte banden hebben met de politiek, over de mishandeling van journalist Jason Pinas van de Ware Tijd. Het wel of niet veroordelen van mensenrechtenschendingen en een aanval op de persvrijheid zijn er typische voorbeelden van.

Tekst: Wilfred Leeuwin - beeld: Irvin Ngariman

Het is niet zo dat journalisten staan te springen om ondersteuning door de politiek, omdat de media weten wat ze aan politici hebben. Echter, het is wel interessant er over na te denken en te discussiëren waarom een politieke partij wel of geen afkeuring of veroordeling uitspreekt over het schenden van mensenrechten door politici. Als ze dat toch doen, is het vaak vanuit een dubbele moraal of een dubbele agenda met het doel politiek voordeel te halen, dat past binnen de reikwijdte van het belang van hun partij.

Het motief voor het afkeuren of veroordelen van mensenrechtenschending door personen van een politieke partij die behoort tot de regering, heeft op de eerste plaats niet te maken met het recht dat is geschonden. Wel is bij hen de wetenschap aanwezig, dat dit recht een voornaam grondrecht is en het quasi veroordelen van het schenden van dit soort rechten hen een politiek voordeel oplevert en een etiket van een regering, die de persvrijheid hoog in het vaandel draagt en respect heeft voor de grondrechten van haar burgers. Niets is minder waar. 

Veel woorden, weinig daden

Neem nou de vele bewoordingen van president Chandrikapersad Santokhi en de vicepresident (vp) toen zij in De Nationale Assemblee hun verontschuldigingen aanboden en de uitspraken van minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking donderdagmiddag tijdens een spoedoverleg met journalisten. Het was een repeterende hoogstaande moraliteit over hoe de regering persvrijheid hoog in het vaandel draagt en hoeveel eerbied ze heeft voor mensenrechten. Maar deze woorden staan in schril contrast met de realiteit en mogen als onlogische holle frasen worden gekenmerkt.

Is het niet de vp als tweede man in het kabinet die aanleiding heeft gegeven voor dit heel gebeuren rond Pinas? Is het niet de vp die de journalist met een verfoeilijke, staatsman onwaardige, terminologie verbaal geweld heeft aangedaan? Overigens, niet de eerste keer dat hij zich zo opstelt tegenover journalisten. Is het niet de vp, die als lid van de regering, heeft toegelaten dat zijn beveiliging de journalist heeft mishandeld en beroofd? Is het niet de tweede man - na de president - die meteen na het gebeuren in het huis van de democratie een ordinaire leugen heeft geproduceerd en heeft getracht de schuld te schuiven in het beroepsetisch gedrag van de journalist?

Zijn het niet de president en de rest van de regering die in alle talen zwijgen over het schandalige gedrag van de vicepresident - en het accent verleggen naar de beveiliging - en de twee handgranaten die zijn gelegd onder een auto thuis bij de journalist? Hoe belangrijk deze feiten ook zijn, zij zijn niet de 'steen' waarover mensen struikelen. Men kan zich nog veel afvragen. Maar wanneer de president, vicepresident en de rest van de regering willen dat hun excuses en hoog moreel gezang serieus worden genomen, is het dan niet logisch dat daarbij daden worden gesteld?

Het is meer dan logisch te verwachten dat wanneer een lid van de regering met zo een hoge moralitiet, op deze verfoeilijke manier, het land te kijk en de regering te schande zet, dat zeker de president het niet slechts bij verontschuldigingen moet houden. Moet hij de vp niet ernstig vermanen en politieke consequenties verbinden aan diens handelingen? Daden spreken meer dan woorden. Als mij wordt verweten van politieke naïviteit dan vraag ik mij in gemoede af waar wij met dit land naar toe koersen.

Politiek scoren

Oppositionele en buitenparlementaire politieke partijen zijn wat dit betreft geen haar beter dan de regeringspartijen. Hun motivatie om wel of niet een aanval op de persvrijheid en het schenden van mensenrechten te veroordelen wordt veelal afgewogen aan het belang dat de partij daarbij heeft. Zo kreeg ik een post op Facebook toegestuurd waarin mensen uit de NDP stellen dat zij geen ondersteuning geven aan journalisten, omdat die het niet of onvoldoende hebben opgenomen voor hun partijgenoten die worden vervolgd en waarbij ook mensenrechtenschendingen plaatsvinden.

Nu moet ik toegeven dat er binnen de journalistiek en de media er inderdaad personen zijn die ook geen onderscheid weten te maken tussen beleid dat ter discussie staat of zelfs in de rechtszaal wordt beslecht en het schenden van de mensenrechten van politieke personen. Maar waar het omgaat is dat, welke kant van de maatschappij wij ons ook bevinden, welke politieke partij wij ook aanhangen, persvrijheid is persvrijheid en mensenrechten zijn mensenrechten. Wie ze ook schendt, moet worden vermaand tot zelfs strafrechtelijk worden veroordeeld.

Ik kan het me moeilijk voorstellen dat in een gezonde en gevorderde democatie als bijvoorbeeld Nederland de toenmalige demissionair vicepremier Hugo de Jonge, na een dergelijk handelen, de volgende dag nog het Binnenhof kan oplopen, laat staan nog in zijn functie wordt gehandhaafd. Mogelijk dat hij zelfs niet eens meer welkom zal zijn in het huis van zijn eigen politieke partij.

Politiek onafhankelijk als ik ben, betrap ik mij er weleens op, dwars door de meeste politieke partijen wel affiniteit te hebben met hun politieke ideologie. Echter, dat wil absoluut niet zeggen dat ik als een struisvogel mijn hoofd in het zand steek en mijn ogen sluit voor het gemis aan een redelijk maatschappelijk ethische moraal binnen die partijen. En aangezien vrijwel alle politieke partijen hierin tekortschieten en alleen denken aan het belang van hun partij, valt er niets anders te constateren dan dat de politieke cultuur in dit land geen opvoedende en stichtende moraal heeft.

Het leert in elk geval dat de beleving van de democratie in Suriname nog erg zwak en onvolwassen is. Het jammerlijke is dat dit als een besmettelijk virus de samenleving beheerst en polariseert, waarbij het niet meer gaat om maatschappelijke en politieke ideologie, maar om politieke tegenstellingen die dit land langzamerhand uit elkaar zullen doen vallen.

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina