Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • ‘Laat de kinderen tot mij komen’

‘Laat de kinderen tot mij komen’

13/11/2015 12:00

‘Laat de kinderen tot mij komen’

 

ACHTERGROND - Franklin André Cameron (79), een bescheiden doener met een nog altijd gedreven geest. Al generaties lang speelt hij een betekenisvolle rol in het leven van jeugdigen en mensen met een beperking. Op woensdag 28 oktober 2015 werd hem hiervoor de Rotary Vocational Excellence Award 2015 toegekend en is hij benoemd tot laureaat.

Tekst en beeld: Anouska Blanca

OP HET TERREIN van de Stichting Ontspanningsoord voor Gehandicapte Kinderen (SOGK), vind je hem dagelijks. Hier staat hij bekend als 'Pa'. De benaming die zijn kroost, bestaande uit vijfenzeventig pupillen, hem liefkozend heeft gegeven. Voor een man van zijn leeftijd verwacht je een ingetogen tête-à-tête bij het vertellen over zijn levenswerk, maar hij bewijst het tegendeel. "Ben je fit?" vraagt hij met enige serieusheid. "We gaan rond het heel complex lopen. Ik heb door de jaren heen geleerd dat je mensen beter kan laten zien wat er hier gebeurt, in plaats van er alleen maar over te vertellen." Bij wat lijkt op een rechthoekige zandbak onderbreekt Cameron even de rondwandeling. "Hier spelen de pupillen boche", legt hij uit. Boche, een soort knikkersport, is een van de onderdelen van de Paralympics en Special Olympics. Onlangs in Los Angeles behaalden de pupillen goud voor Suriname in dit onderdeel. We komen bij de kantine waar de pupillen genieten van de pauze. Ze eten hun broodjes en dollen gezellig met elkaar. "Dag Pa! Dag Pa!" gilt de een na de ander. Met een blik van enorme dankbaarheid zegt Cameron: "Ik heb veel kinderen." Hij maakt een babbeltje met enkele pupillen, sommigen willen een knuffel of een handdruk. Ze laten duidelijk merken dat ze dol zijn op "hun vader". Nog even spontaan met z'n allen op de foto, alvorens verder te lopen.

Uitgebreide missie

Voordat Cameron de SOGK opricht werkt hij vier jaar als directeur van het Jeugdcentrum. Een job die hij accepteert op verzoek van Johannes Kraag, in die periode voorzitter van het Jeugdcentrum der EBGS. Cameron verlaat Nederland met als doel het jeugdwerk volgens de beginselen van de EBG te organiseren. Zijn sociaal pedagogisch werk en opleidingen als jeugdleider, trainer en sportleider zullen goed van pas komen. Het is een keus die niet alleen zijn eigen horizon maar die van honderden zal verbreden. Al gauw blijkt dat onder de jongeren die komen spelen bij het jeugdcentrum, er ook personen met een beperking zijn. Duidelijk is dat er nauwelijks adequate begeleiding en opvang is voor hen. De pogingen van voorzitter Kraag om een wasserij voor 'debiele meisjes' op te zetten misluken omdat het bestuur van het Jeugdcentrum dat niet ziet zitten. Hier neemt de gedreven Cameron geen genoegen mee. "Ik werd dagelijks geconfronteerd met jonge volwassenen in het Centrum die werden aangeduid als 'mongolen, debielen, imbecielen en kreupelen'." Hoewel deze kinderen dan niet gepest worden, kunnen ze met activiteiten zoals handenarbeid, koken en textiele verwerking niet meedoen. Deze groep zal anders begeleid moeten worden, door personen die ze begrijpen. Gesprekken met de ouders leert Cameron dat zij bezorgd zijn over de toekomst van hun kinderen. Dit inspireert hem. Zijn missie in Suriname krijgt een diepere betekenis: deze groep zal ook tot zijn werkterrein behoren. 'Laat de kinderen tot mij komen en verhinder ze niet', is de Bijbelse tekst die Cameron sterkt als hij het plan uitwerkt voor deze kinderen. Hij legt het voor aan zijn naasten die hem volledig ondersteunen. Cameron gaat op zoek naar personen die hem zouden kunnen helpen dit plan te verwezenlijken. Een jeugdvriend, dr. Raymond Snijders, vindt hij bereid zitting te nemen in de stichting. Roël Anijs, die dan bezig is met zijn studie boekhoudkunde, is bereid te fungeren als penningmeester. Ronald Waarde en Nita Ramcharan, die Cameron tegenkomt op een congres van het Jeugdinstituut in 1978, zijn ook gewillig hem te ondersteunen. De SOGK wordt opgericht.

Alles kan

 

'We werden gebeld met de mededeling dat het volledige bedrag was goedgekeurd'

 

"HET WAS EEN uitdaging", verhaalt Cameron. "We hadden alle redenen om de bouw van dit oord in twijfel te nemen. Maar… je moet de heilige overtuiging hebben dat alles kan", zegt hij kordaat. "De militaire coup van 25 februari 1980 was net geweest, terwijl we in april van dat jaar dr. Piet Vreugdenhill en Cor van den Brink verwachtten. Een afspraak die al een jaar overeind stond dreigde niet door te gaan vanwege de situatie in het land." Na ettelijke geruststellende telefoongesprekken besluiten de heren toch te komen. Het doel is om het SOGK-bestuur bij te staan in de planning voor het onderzoek naar de behoefte van een dagopvang voor verstandelijk gehandicapten en de locatie daarvan. Ook wordt draagvlak gezocht bij schoolleiders van het Buitengewoon Onderwijs (BO) en de ouderverenigingen. Cameron: "Door tussenkomst van verschillende partijen konden we succesvol de aanvraag voor een stuk terrein aan de Bonistraat realiseren." Het onderzoek werd afgerond met een officieel SOGKprojectdossier die verzonden wordt naar de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland Suriname (Cons). "We werden al snel opgeroepen. Het leek wel een proef, waarbij ik de indruk kreeg dat de leden niet wisten waar het om ging. Zij adviseerden ons het project gefaseerd te doen. Hier waren we absoluut geen voorstander van. Een dag of twee later werden we opgebeld met de verheugende mededeling dat het volle bedrag van twee miljoen Surinaamse gulden was goedgekeurd!" Zwembad, sporthal, vier woningen, kantoor, toiletten, kleedruimtes, sociale werkplaats, kantine, recreatiezaal en keuken konden eindelijk gebouwd worden. Op 15 februari 1985 wordt de SOGK officieel in gebruik genomen. Sindsdien hebben mensen met een beperking een dagopvang die nog steeds in hun behoefte voorziet. Dit jaar vierde de SOGK haar dertigste jaardag. In het jubileumboek heeft Cameron een opmerking van een broeder die hem bij is gebleven, opgeschreven: 'Je zal in Suriname tegen de stroom moeten zwemmen en erg moeten oppassen, dat je met het strand in zicht verdrinkt'. Hij heeft eraan toegevoegd: 'Ik heb mij kunnen handhaven'.

Duizendpoot

WE GAAN DE klas van juffrouw Farida Juenesse binnen, die er al elf jaar bij is. Zij werkt met de observatiegroep. Rondom haar tafel zitten zes pupillen drukdoende garen te rijgen door de gaatjes in een vel papier. Ze maken de Surinaamse vlag na. "Het is prettig werken met deze groep. Het geeft voldoening wanneer je merkt dat ze meer kunnen doen dan toen ze er pas waren" vertelt Juenesse opgetogen. Aan het hoofd van de school staat Maureen Ritfeld, eveneens elf jaar verbonden aan de SOGK. Zij vertelt: "Het is leuk werken hier, hoewel meneer Cameron kritisch kan zijn. Dat geeft niet, we weten wat van ons wordt verwacht." Opvallend is dat eenieder die hier werkt de uitdrukking 'duizendpoot' in de mond neemt. Meneer August, die het vak tuinieren verzorgd, vertelt waarom: "We gaan niet wachten op derden om dingen hier gedaan te krijgen. We helpen elkaar en springen in waar en wanneer nodig." Het terrein wordt door de pupillen, onder begeleiding, zelf onderhouden. Ze letten kritisch en spontaan op dat er niet roekeloos geparkeerd wordt en zullen niet schromen bezoekers te vragen het terrein netjes te houden. Cameron is trots op zijn pupillen. "Ze voelen zich niet minder dan de anderen. Ze leren behalve de elementaire vakken, zoals bedden opmaken, thee zetten, vakmanschap en creativiteit, ook voor zichzelf opkomen. Door de inzet van het MinOWC kregen we nieuwe en ruimere schoollokalen. We kunnen mogelijk in de toekomst meer pupillen gaan onderwijzen."

Aanhoudende uitdaging

 

'Alle donateurs hebben zich teruggetrokken door de economische situatie'

 

IN VERBAND MET het dertigjarig jubileum is de naam van de stichting veranderd in het 'Frank Cameron Centrum voor mensen met een beperking'. Maar ondanks al het goeds van SOGK, verlopen onderhoud en het kosteloos opvangen van de pupillen niet zonder slag of stoot. Het blijft een aanhoudende uitdaging. "Alle donateurs hebben zich teruggetrokken door de economische situatie in het land", vertelt Cameron. "Van het ministerie van Sociale Zaken krijgen we een geringe subsidie, die overigens vanaf begin dit jaar nog niet is uitbetaald." Het bestuur bedenkt steeds manieren om zelf de kosten te kunnen dekken. Het verkopen van zelfgemaakte producten en het verhuren van de sportfaciliteiten zijn enkele van de inkomstenbronnen. Het Havo en Imeao maken al langer dan tien jaar gebruik van de SOGK-sportfaciliteiten. Cameron ergert zich een beetje, want hoewel het een oplossing zou moeten zijn voor de financiële zorgen van de SOGK, heeft het MinOWC vanaf het begin van het jaar tot heden geen overmaking gedaan. "Onze kosten gaan gewoon door. Dan word ik vanuit het ministerie gebeld met de vraag waarom we de huur in de vakantie doorberekenen? Terwijl dit afgesproken is in het contract." Toch geeft de gedreven Cameron zich niet gewonnen. We lopen de straat op. In het tentje voor de ingang zitten enkele pupillen met hun koopwaar: antroewaplantjes, met de hand gevlochten matten, printabezems, hangers en jute markttassen. "Zo verdienen ze tenminste hun busgeld."

Rooskleurige toekomst

SOGK HEEFT NIEMAND in dienst. "Iedereen die hier bijdraagt doet het uit vrije wil. We hebben gepensioneerden, die tijdens hun dienstjaren beloofd hadden hier te komen helpen. De roep om vrijwilligers is groot." De leerkrachten zijn uitgeleend door het MinOWC en het ministerie van Sozavo stelt ook personeel ter beschikking. De behoefte voor opvang voor mensen met een beperking blijft. "Hoewel we hoofdzakelijk mensen met een verstandelijke beperking opvingen, waren we al spoedig genoodzaakt beperkt over te gaan ook slechtzienden, blinden, slechthorenden en doven op te vangen." Het bestuur zag met behulp van de stichting Vrienden van Suriname, een wens van meer dan twintig jaar in vervulling zien gaan: de bouw van twee-onder-één-dakwoningen voor permanente opvang van pupillen die in het oord werken. "We sloegen onze vleugels ook uit naar het district Saramacca. Jammer is dat deze dependance binnenkort zal sluiten vanwege gebrek aan bestuurders." Vermeldenswaardig is dat de stichtingen Special Olympics en Paralympics zijn voortgekomen uit de SOGK. Die zetten zich nadrukkelijk in voor de sport voor mensen met een beperking. Het huidige bestuur van de SOGK is optimistisch en ziet de toekomst rooskleurig tegemoet. Cameron: "We zijn dankbaar voor de steun van de overheid, supporters in binnen- en buitenland en het bedrijfsleven. Op de vraag wie er in zijn voetsporen treedt, zegt Cameron: Er zijn voldoende opvolgers voor zowel de SOGK als de Paralympics en Special Olympics. Maar dat komt nog, voor nu is er nog veel te doen." ◊

Dit artikel is verschenen in onze weekendbijlage van 7 november

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina