Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • THEO PARA: Rechtszaal versus kampvuur

THEO PARA: Rechtszaal versus kampvuur

06/12/2015 14:00

THEO PARA: Rechtszaal versus kampvuur

 

CONTRAPUNT - Op 8 december zou Desi Bouterse met zijn ‘getuigenis’ zijn zoveelste mediapoging starten, om zijn leugenachtige lezing over de folteringen en moorden van 8 december 1982 – ‘ik was niet in het Fort, ik heb de trekker niet overgehaald’ – als waarheid aan de bevolking te verkopen.

DE HOOFDVERDACHTE VAN 'op de vlucht neergeschoten' maakt dit keer misbruik van de statuur van het presidentschap en wordt daarbij geholpen door zijn ideologisch verwante 'patriot' Sandew Hira, de laatste nu ook als nabestaande Dew Baboeram. Het begon met een quasi-spontane, sentimenteel aangezette mediabriefwisseling tussen Bouterse en Hira. Het was een poging nabestaanden en publiek op het verkeerde been te zetten. De gedramatiseerde briefwisseling bleek achter de schermen geïnitieerd en in overleg met de briefschrijvers voorbereid door de gevreesde directeur Nationale Veiligheid Melvin Linscheer. Die lijn van desinformatie, de poging van de leugen zich te vermommen als 'waarheidsvinding', werd doorgetrokken naar Brokobaka, de privé-datcha van de president-hoofdverdachte.

Kampvuur

HET BROKOBAKAGESPREK - 'De getuigenis van president Bouterse' - waarvan onafhankelijke journalisten en onafhankelijke waarnemers waren buitengesloten, leverde zoals juristen hadden voorspeld niet de beloofde waarheid maar een sisser: de zelfverschonende leugen over 8 december werd herhaald, nu opgediend met zelfrechtvaardigende ideologische propaganda. Dat niet de feitelijke toedracht maar propaganda centraal stond in de registratie door de paarse staatstelevisie van de waarheidspoppenkast, was leesbaar in de onbedoelde bekentenis van Hira (30-112015): 'op de achtergrond achter de kreek werd een groot kampvuur aangestoken voor een mooier achtergrondbeeld.' Hira zelf liet een foto publiceren waarin hij gemoedelijk naast Bouterse op een boomstronk zit, beiden in informele kleding, de een met sandalen en een flesje water, de andere met sportieve schoenen en een blikje bier.

Om te begrijpen hoe Hira door de paarse propagandamachine wordt misbruikt, is kennis van het recept van de romancier behulpzaam. Het gaat niet zozeer om de expliciete, feitelijke inhoud - Hira heeft al toegegeven geen 'oordeel' te zullen geven - maar om de latente inhoud, om wat nonverbaal wordt gecommuniceerd. In de waarheidssoap is Hira metafoor voor de nabestaanden. Zijn nabestaandenschap wordt door de sluwe paarse propaganda moreel geëxploiteerd. Zijn gemoedelijke, informele en vertrouwen schenkende, sentimentele omgang met de hoofdverdachte moet de laatste moreel salonfähig maken. De rest van de 'waarheidsvinding' wordt ingevuld door de paarse propagandamachine.

Negationisme

MET ZIJN DOOR Melvin Linscheer, Desi Bouterse en paarse staatsmedia gesteunde 'getuigenis'-campagne voor stopzetting van het 8 decemberstrafproces, heeft Sandew Hira zich bekend tot het negationistisch kamp. Negationisme is de internationaal gangbare benaming voor pogingen van dadersregimes om door manipulatie van historische feiten, externaliseren en desinformatie, historische misdaden of hun ware aard te maskeren, om straffeloosheid te bewerkstelligen of te handhaven. Het negationisme in Suriname kenmerkt zich door ontkenning (negatie) van de ware aard en ernst van de misdrijven van de militaire dictatuur, door de noodzaak van strafrechtelijke verantwoording voor die misdaden te miskennen. In het bijzonder worden misdrijven tegen de menselijkheid ontkend. Zo werd in de zelfamnestiewet van 2012, ondanks het feit dat volgens die wet misdrijven tegen de menselijkheid zijn uitgesloten van amnestie, toch amnestie verleend aan de verdachten van de Decembermoorden.

Geen hoor en wederhoor

ALS HIRA STELT (27-11-2015) dat hij geen rechter is en geen oordeel zal vellen wie wel of geen gelijk heeft, dan liegt hij. Ik doel daarbij niet op de onverschilligheid ten aanzien van de tegenstelling daders-slachtoffers, maar op het feit dat nog voordat zijn 'waarheidsvinding' begon, zijn prodadersconclusie al vast stond: straffeloosheid! Dat plaatste hem in het kamp van de presidenthoofdverdachte Bouterse en andere makers van de zelfamnestiewet.

Die partijdigheid kwam niet alleen tot uitdrukking in Hira's vaak lasterlijke aantijgingen tegen de nabestaandenbeweging voor gerechtigheid (8 decemberstrafproces) en critici van de straffeloosheid, maar ook in de inrichting van zijn onderzoek. Zo werd ondanks aandringen van 8 december-verdachte Ruben Rozendaal zijn verhaal te doen bij Hira, Rozendaal naar zijn zeggen genegeerd. Op 8 december 2015 mocht immers alleen Bouterses verhaal, effectief onweersproken, aan de paars gedomineerde Nationale Assemblee worden aangeboden.

Het beginsel van hoor en wederhoor vormt de basis van elk serieus onderzoek. Het zal volgens Hira's mededeling ontbreken in zijn rapportage van 8 december 2015. Pas één jaar later, op 8 december 2016, wordt eventueel wederhoor gepubliceerd, verstopt als speld in een hooiberg van 'duizenden pag

ina's' bijeengeschraapt allerlei, het zogeheten 'eindrapport'. Een bekend adagium luidt: justice delayed is justice denied (recht dat wordt uitgesteld is recht dat wordt ontzegd). De belofte van een mosterd-na- de-maaltijd-'wederhoor' - één jaar later gepubliceerd! - maakt het methodologische en ethische tekort, het ontbreken van hoor en wederhoor in 'De Getuigenis' van 8 december 2015, niet ongedaan. Hira heeft bovendien aangekondigd (27-11-2015) met Bouterse ook een gesprek te zullen voeren 'over de beleidsconclusies (! TP)  die getrokken zouden kunnen worden uit dit proces.' En dat nog voordat eventueel andere betrokkenen zijn gehoord. De bevoorrechte behandeling van 'de getuigenis' van de president-hoofdverdachte tekent de partijdigheid en bevestigt het walgelijke bedrog bij het door de paarse STVS aangestoken kampvuur van Brokobaka.

kampvuur.jpg

Rechtszaal

DE MISDRIJVEN VAN de militaire dictatuur (19801988) waren vormen van asymmetrisch geweld tegen de burgerbevolking. Zij waren veelal ernstige schendingen van de internationale mensenrechtenverdragen, het internationaal humanitair recht en het internationaal strafrecht. De ZuidAfrikaanse hoogleraar internationaal recht John Dugard concludeerde dat de Decembermoorden pasten binnen de delictomschrijving 'misdrijven tegen de menselijkheid'. De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten concludeerde hetzelfde ten aanzien van de massaslachting onder dorpelingen van Moiwana. Het waren internationale misdrijven, dat wil zeggen dat ze niet alleen als misdrijven tegen de eigen bevolking, maar ook als misdaden tegen de volkerengemeenschap moeten worden opgevat.

Om die reden ook waren de mensenrechtencommissies van de internationale organisaties als de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de Verenigde Naties (VN) er snel bij (www.decembermoorden.com). In goed gedocumenteerd onderzoek ter plekke, binnen een helder normatief kader, waarbij zowel nabestaanden, andere getuigen als de verantwoordelijken van de dictatuur werden gehoord, beschreven de deskundige onderzoekers zowel de misdrijven als de context waarbinnen die hadden plaatsgevonden. Ook internationale NGO's als Human Rights Watch, Amnesty International en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) schreven goed gedocumenteerde rapporten over de misdrijven. Verschillende publicisten en wetenschappelijk onderzoekers leverden veel waardevol materiaal over de bloedige jaren tachtig in Suriname, door sommige economische onderzoekers 'the lost decade' genoemd.

Kernwaarheid

DE KERNWAARHEID DIE door die hele rijkdom aan onderzoeksmateriaal ademt, is dat de militaire dictatuur zich heeft schuldig gemaakt aan, naar Surinaamse verhoudingen, grootschalig en systematisch, asymmetrisch geweld tegen de burgerbevolking en het obstrueren van het recht. Zij heeft niet alleen veel slachtoffers gemaakt, maar ook aanhoudend moreel leed veroorzaakt door slachtoffers en nabestaanden recht te onthouden.

De internationale onderzoeksrapporten, zoals die van de mensenrechtencommissie van de OAS (1984), heeft ook korte metten gemaakt met de lasterlijke beschuldigingen tegen de slachtoffers en de leugens van de dictatuur. Zo stelde de OAS commissie dat zelfs als de slachtoffers van de decembermoorden zich schuldig zouden hebben gemaakt aan een coup (wat duidelijk niet het geval was), dan nog rechtvaardigt niets het gebruik van 'terroristische methoden'. De OAS- en VN-rapporten waren helder: zonder vervolging en berechting van de daders kan Suriname niet werkelijk een democratische rechtsstaat zijn. Met zijn opdracht van 27 november aan het Openbaar Ministerie, om de vervolging in het 8 decemberstrafproces voort te zetten, heeft het Hof van Justitie in die geest hoop in het Surinaams recht doen herleven. De rechtszaal, niet het kampvuur, verdient nu de collectieve aandacht. 

Dit artikel is verschenen in onze weekendbijlage van 5 december - CONTRAPUNT verschijnt elke eerste zaterdag van de maand

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina