Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • ‘Analfabeet’ levert academici af

‘Analfabeet’ levert academici af

02/03/2016 17:00

‘Analfabeet’ levert academici af

 

ACHTERGROND - Wanneer al je kinderen een academische opleiding hebben genoten, dan is dat een grote rijkdom. Bijzonder ook, vooral als je hen als vader helemaal alleen hebt opgevoed. En al helemaal als je zelf tot je zestiende analfabeet was en pas op 22- jarige leeftijd de lagere school afmaakte. Het is het waargebeurde, inspirerende verhaal van Kampie Raafenberg. “Als ik het allemaal van tevoren wist, zou ik die stap niet hebben gemaakt.”

Tekst Annegriet Wijchers - Beeld Jason Leysner

EEN PLEK OPEISEN binnen de gemeenschap van Moitaki en er een bijdrage aan leveren. Daar draaide het bij Raafenberg tot zijn zestiende om. Hij leerde jagen, vissen, hutten bouwen, korjalen maken en een kostgrondje te realiseren voor zichzelf en zijn toekomstige gezin. Alles stond in het teken van "een waardige man worden". Om Raafenberg te spreken, baan je je echter geen weg door het binnenland van het Tapanahonigebied maar moet je tussen een aantal rijen stellages met boeken en mappen lopen om bij zijn houten bureau te komen.

Raafenberg is op 59-jarige leeftijd bibliothecaris op het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen aan de Jagernath Lachmonstraat. Een groter contrast met zijn jeugd, en vooral door het feit dat hij op zestienjarige leeftijd nog analfabeet was, is er niet. Het dorp waar Raafenberg met zijn ouders, zes broers en een zus opgroeide, telde zo'n tweehonderd inwoners. Niet alleen aan praktische zaken werden hoge eisen gesteld, ook sociaal waren er verwachtingen. "Je behoort tot die familie", vertelt Raafenberg. "En in die familie ben jij op dat moment jongere en je begint de plaats al in te nemen van de ouderen die weggaan. Het is een heel proces dat je moet ondergaan."

Er zijn geen geschreven regels die op elk gezin van toepassing zijn, legt Raafenberg uit. De samenlevingsvorm is zodanig dat je voelt hoe je je moet gedragen. "Je kan 's morgens niet liggen tot acht uur. Misschien wordt je dat niet zo gezegd maar die samenleving beweegt op een heel andere manier. Vanaf vijf uur in de ochtend zijn er mensen op de been om naar hun kostgrondje te gaan, om te vissen en te jagen."

De kapitein bepaalt

Fam6

IN DE JAREN zestig was men in Moitaki nog niet zo bekend met het schoolsysteem. Hoewel Drietabbetje toen al wel een openbare school had en in het nabijgelegen Karmel een lagere school met een internaat stond van de Evangelische Broeder Gemeente. "Maar het was moeilijk voor de jongeren om je ouders te verlaten om naar school te gaan", vertelt Raafenberg. Weken en soms zelfs maanden aaneen hielpen de kinderen namelijk mee op de kostgrondjes, om daarna slechts voor een aantal weken in het dorp te wonen en dan opnieuw naar het kostgrondje af te reizen.

Ook was het zo dat de kapitein van moederszijde bepaalde wie er naar school gingen. Dit dorpshoofd maar ook zijn ouders wilden niet dat Raafenberg ging. De algemene terughoudendheid werd ook ingegeven door verhalen die in de jaren zeventig de ronde deden; dat de kinderen die naar school gingen, uiteindelijk voor het leger werden ingezet. De grote schrik van veel ouders in het binnenland. Met de jaren ebt deze argwaan geleidelijk weg. Steeds meer ouders in Moitaki krijgen toestemming hun kinderen voor scholing naar het internaat in Karmel te sturen. Maar dat gaat helaas niet op voor Raafenberg, die dan vijftien is en zich daardoor steeds meer buitengesloten voelt.

'Als andere kinderen schreven en ik het niet begreep, werd ik uitgelachen, ik voelde me in een hoek gedrukt'

"Als andere kinderen bepaalde dingen schreven dan ging ik kijken maar ik begreep die dingen niet. En wanneer ik vroeg: 'Wat is dit? Het lijkt op zoiets', dan lachten ze me uit. Je voelt je een beetje in een hoek gedrukt. Want zij zijn diegene waarmee je alles deelt en op een gegeven moment zie je een scheiding. Je ziet dat ze iets meer weten dan jij. Dan voel je je een beetje achter. Je voelt je alleen." Met zijn vader praat hij niet makkelijk over gevoelskwesties en dus legt hij zijn wens bij zijn moeder neer, zodat zij het met haar man kan bespreken.

Het gezin is op dat moment nog op het kostgrondje en vertrekt de volgende dag weer naar het dorp. De reis terug is met de levensveranderende gebeurtenis die voor Raafenberg in de lucht hangt, de langste ooit. In de ochtenduren van de volgende dag vindt het gesprek tussen zijn ouders plaats. Zijn vader zegt er geen problemen mee te hebben en stelt voor dat zijn vrouw met de kapitein van Moitaki praat. Die is op zijn beurt verheugd om onderdanen naar school te sturen, en zo gaat er voor de zestienjarige een compleet nieuwe wereld open: die van de lagere school.

Huilen in de regen

Fam3

HET WORDT EEN pittige tijd: zijn hoge verwachtingen maken al snel plaats voor intens verdriet. Om te beginnen is de taalbarrière groot. Door de Saramaccaanse leerkrachten wordt Nederlands gesproken; Raafenberg sprak thuis Aucaans. En was hij in Moitaki met zijn zestien jaar "een gestalte" die een wezenlijke bijdrage leverde aan het dorp, hier zat hij met kleine jongens in een lokaal en moest hij de hele dag op een stoel zitten luisteren. De tiener raakte compleet uit zijn doen. "Als ik zag dat het weer een beetje betrokken was dan trok ik mij terug. Alleen. En wanneer het dan regende, dan ging ik huilen. Ik huilde, ik huilde."

Ook zijn vader vond het moeilijk om zijn zoon zo te zien wanneer hij hem in het internaat bezocht. Raafenberg verzon allerlei wilde verhalen om ervoor te zorgen dat zijn vader hem van school zou afhalen en in zijn korjaal meenam, terug naar huis. Maar vader houdt resoluut voet bij stuk. Zijn oudste zoon moet op school blijven. Na twee jaren loont deze beslissing: de dan achttienjarige Raafenberg went aan de schoolgemeenschap en doet het goed. Ter bewijsvoering legt hij 37 jaar later zijn in een uitermate goede staat gebleven rapport op tafel.

Die taalbarrière waar Raafenberg het over heeft, ervaart hij tot op de dag van vandaag. Het is de reden waarom hij zijn eigen kinderen heeft verboden Aucaans te spreken. "Niet vanuit een gevoel van minderwaardigheid, maar ik heb ze gezegd: Aucaans kan je altijd leren. Je komt er alleen niet verder mee. Wat je nu nodig hebt, zijn de talen in ontwikkeling." Na wat omzwervingen van Paramaribo naar Albina, naar Moengo en weer terug naar Paramaribo, leert Raafenberg de moeder van zijn kinderen kennen. Het is dan begin jaren tachtig en hij is als administratief medewerker werkzaam op de Universiteit van Suriname.

Opeenvolgend worden in 1984 dochter Suanda, in 1985 zoon Feroz en in 1988 zoon Nawimba geboren. Naast de vreugde van de gezinsuitbreiding zijn het ook "verschrikkelijk moeilijke jaren" vanwege de Binnenlandse Oorlog. Raafenberg voegt zich in die periode op een gegeven moment vanuit Paramaribo bij het Jungle Commando. De relatie met de moeder van zijn kinderen strandt wanneer Nawimba slechts twee jaar oud is. Niet vanwege de Binnenlandse Oorlog en zijn keuzes daarin, maar om "privé-aangelegenheden" waar hij liever niet op ingaat.

Zijn toenmalige partner vertrekt daarop met alle drie de kinderen voor een vakantie naar het binnenland. Als blijkt dat ze niet van plan is terug te komen maar met haar kinderen naar het buitenland wil, neemt Raafenberg direct een week verlof en reist af naar Sipaliwini om bij haar verhaal te halen.

Voogdij voor vader

Fam1

EENMAAL IN HET dorp waar de moeder van zijn kinderen is opgegroeid, treft hij niet zijn partner maar haar ouders. Traditioneel gezien kan hij niet zomaar op zijn schoonfamilie afstappen, daar heeft hij een tussenpersoon voor nodig. De familie van de vrouw heeft het in het binnenland voor het zeggen, helemaal over de kinderen; die behoren haar toe. Het belet hem niet de stoute schoenen aan te trekken en iemand te zoeken om voor hem te pleiten.

"Maar ik vond het niet effectief. Dat andere mensen mijn gevoelens, dat wat ik voel voor mijn kinderen en dat wat ik wil, voor mij vertalen. De emotie die in een persoon leeft, kan alleen die persoon uitstralen." Raafenberg gaat daarom hoogstpersoonlijk naar zijn schoonfamilie en praat face to face met hen. "Het was ongewoon, maar ze vonden het niet erg." Na veel en lang praten vertrouwt de familie hem de kinderen toe.

"Ze zeiden tegen mij: 'We hebben gezien dat je van je kinderen houdt, we hebben jouw inzet gezien, we hebben jouw moeite gezien. Niet alleen de woorden die je spreekt, maar we hebben je hele wezen gezien; hoe je achter je kinderen zit. Voed je kinderen op. Als je een andere vrouw moet hebben; neem die en zorg voor je kinderen. Als je vindt dat je alleen je kinderen moet opvoeden; we laten het geheel aan jou over.'

De opgewekte man aan de andere kant van het bureau wordt stil en vecht tegen zijn tranen. Het moment, dat alweer 25 jaar geleden plaatsvondt, beleeft hij opnieuw. Na de bevrijdende woorden van zijn schoonfamilie, vangt Raafenbergs moeder de kinderen op, terwijl de kersverse alleenstaande vader uit alle macht een jaar lang een plekje voor zijn kinderen op Karmel probeert te krijgen, zijn vroegere school. Dat lukt niet. Opnieuw reist hij daarom terug naar Paramaribo en klopt op verschillende plekken aan voor onderwijs en onderdak voor zijn gezin.

'Ik ben geen moeder. Ik kan veel dingen doen maar die plaats kan ik niet vullen'

Uiteindelijk is een tehuis bereid om zijn koters op te vangen. "Ik lever m'n kinderen niet voor mensen, alleen die opvang wil ik. Ik zorg volledig voor m'n kinderen', zei ik." De vrouw van het tehuis stemt in en Raafenberg laat zijn kinderen in 1992 definitief naar de stad halen. Hij is zo vaak als hij kan in het tehuis bij zijn kinderen en overnacht er ook regelmatig. "Ik ben 25 jaren lang alleen met m'n kinderen het leven ingegaan. Door dik en dun, ziekenhuisbezoeken en school: alles. Letterlijk alles."

Veel kennissen hebben hem gezegd dat hij vader en moeder tegelijk is. Daar is hij het niet mee eens. Hoewel Raafenberg zich als alleenstaande vader meer dan goed van zijn opvoedkundige taak heeft gekweten, blijft hij erbij dat het beter was geweest wanneer zijn kinderen zowel een vader als een moeder hadden gehad. Ouders moeten zijns inziens samen de gemeenschappelijke rol van ouder vervullen. "Ik ben geen moeder. Ik kan veel dingen doen maar die plaats kan ik niet vullen. De warmte van een moeder kan ik niet geven, alleen de warmte van een vader."

Zijn warmte en inzet hebben er in elk geval voor gezorgd dat Feroz afstudeerde aan de universiteit op Cuba als 'ingenieur' en nu bij het ministerie van Financien werkt. Dochter Suanda studeert na de opleiding HBO Informatica momenteel psychologie aan de Anton de Kom Universiteit Suriname. En zijn jongste zoon, Nawimba, volgt aan het Polytechnisch College een studie tot laborant.

"Door Gods genade zijn ze alledrie op de universiteit beland", zegt Raafenberg met een glinstering in zijn ogen. "Als ik het allemaal van tevoren wist, zou ik die stap niet hebben gemaakt. Maar achteraf bekeken ben ik blij. Ik heb radicaal gekozen voor scholing, radicaal. Als ik naar mezelf kijk, de strijd die ik moest aangaan om toch een plaatsje te vinden in die nieuwe maatschappij; dan kan ik m'n kinderen die scholing nu niet onthouden."◊

Dit artikel is verschenen in de bijlage van 27 februari

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina