Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Vooruit met behoud van cultuur en natuur

Vooruit met behoud van cultuur en natuur

01/04/2016 17:00

Vooruit met behoud van cultuur en natuur

 

ACHTERGROND - In het Wayanadorp Apetina komt een nieuw opleidingscentrum waar lokale jongeren praktijkopleidingen en mulo-onderwijs kunnen volgen. Hèt antwoord op een groeiende behoefte aan vervolgonderwijs binnen de gemeenschap, met aandacht voor natuur- en cultuurbehoud. “We praten hier niet over ‘kibri na busi’, maar over ‘libi ini na busi nanga bun fasi’.”

Tekst en beeld: Christio Wijnhard

VER VAN DE bewoonde wereld, midden in het Surinaamse regenwoud aan de Tapanahonierivier, ligt het Wayanadorp Apetina. Van een afstand al te herkennen aan de grote, uittorende houten koepel van de tukusipan, het gemeenschapshuis, traditioneel bedekt met tasibladeren. Het is er opvallend schoon en overal hangt de geur van geraspte cassave en op sommige daken liggen vers gebakken ulu, cassavebroden, te drogen. De meeste huizen zijn gebouwd op hoge palen met daarnaast een aparte hut om te koken, soms met een bladerdak maar steeds vaker van zinkplaten.

De Wayana slapen in hangmatten die over het algemeen zelf worden gemaakt door de dorpsvrouwen. Onder de meeste huizen zijn daarom naast houtvuurtjes ook weefgetouwen te zien. Toch is Apetina, in het Wayana 'Puleowime' genaamd, niet geheel blijven steken in tijd. Bij de feestelijke aankomst van granman Aptoek Noewahe worden smartphones en tablets tevoorschijn gehaald om het heuglijke feit vast te leggen, alvorens de traditionele cassavedrank kasili - kasiri - wordt uitgedeeld. Onder sommige huizen is het houtvuur vervangen door een gasfornuis met gasbom.

Onder een huis is ook al een enkele wasmachine te zien. Bij de sula spelen sommige kinderen poedelnaakt, anderen hebben ondergoed aan. De volwassenen gaan vrijwel allemaal westers gekleed. Apetina beschikt nog niet over een leidingwaternet en al het vaatwerk wordt in het snelstromende water van de sula gedaan. Dat zal binnenkort veranderen. De basisschool, gelegen aan de rand van het dorp, beschikt namelijk over leidingwater. Het komt weliswaar uit de rivier, maar is dankzij een zuiveringsinstallatie veilig te consumeren. De leidingen van deze zuiveringsinstallatie zullen worden doorgetrokken naar de rest van het dorp.

Onderwijsbehoefte

Apetina2

IN HET ONGEVEER vijfhonderd inwoners tellende dorp is een behoefte gegroeid aan vervolg- en beroepsonderwijs. Naast de basisschool ligt een pas opengekapt veld, niet zo ver van de airstrip. Daar moet een nieuw opleidingscentrum komen waar de lokale jongeren en die uit de nabijgelegen dorpen, naast praktijkopleidingen ook mulo-onderwijs kunnen volgen. De aandacht zal daarbij worden gelegd op natuur- en cultuurbehoud. Het is de bedoeling dat in oktober de eerste lichting leerlingen aan een opleiding begint.

Granman Aptuk Noewahe, naar wie het educatiecentrum vernoemd zal worden, is bijzonder verheugd dat het bijna zover is. Hij grijpt bewogen terug naar de periode waarin Apetina niet eens een basisschool had. Overal waar hij kwam, werd hem gevraagd of er al onderwijs in het dorp was. Een vraag die hem altijd vervulde met schaamte. "Toen hebben we de basisschool gerealiseerd en nu komt er zelfs een tweede school", zegt hij trots. "Om verder te kunnen studeren gaat onze jeugd al op twaalfjarige leeftijd naar de stad. Maar dan zijn het nog steeds kinderen die eigenlijk bij hun ouders behoren te zijn."

'Het gaat niet alleen om de maandelijkse kosten, maar ke wilt je kind ook elke maand wat zakgeld geven'

Voor ouders in het binnenland is het, naast emotioneel zwaar, financieel ook pittig om hun kind naar de stad te sturen. Als onderdeel van een zelfvoorzienende gemeenschap kunnen zij vrij weinig inkomsten genereren. Johan Neni kan hier als vader over meepraten. "Het gaat niet alleen om de maandelijkse kosten voor bijvoorbeeld het internaat, maar je wilt je kind ook elke maand wat zakgeld geven."

Neni werkt als gids en is trots op zijn in de stad studerende dochters, maar hij vindt het erg jammer dat zij steeds meer verwesteren. "Als ze in de vakantie komen, willen ze na twee weken alweer weg omdat ze het niet meer gewend zijn om in een hangmat te slapen."

Zeer ambitieus

IMG_9990

CARLOS WELISIWEN (22) VOLGT in de stad een toerismeopleiding en verblijft in een onderkomen van Stichting Kuluwayak waar er plaats is gemaakt voor zes jongens uit Apetina. Welisiwen is blij met de komst van een vervolgopleiding in zijn dorp, ook al is naar de stad gaan onvermijdelijk voor hen die nog verder willen studeren, zoals hij. "Ik wil manager worden van een eetgelegenheid", zegt Welisiwen ambitieus. Dit restaurant wil hij niet in Paramaribo opzetten, maar in zijn eigen dorp, met het oog op toerisme. "Het is mijn bedoeling om terug te keren en hier verder te werken aan de ontwikkeling van het dorp."

Welisiwen heeft al enigszins kunnen oefenen. In het kader van een driedaags bezoek van twee delegaties onder leiding van Johan van de Gronden, directeur van het Wereld Natuur Fonds-Nederland (WNF), en John Goedschalk, directeur van Conservation International Suriname (CIS), is er een feestelijk ontvangst georganiseerd. Beide organisaties hebben hulp toegezegd bij het realiseren van het educatiecentrum. Om de woorden kracht bij te zetten is er een aankondigingsbanner onthuld op het nu nog lege grasveld.

De verzorging van de delegaties van WWF en CI is voor rekening van Welisiwen die zijn op school verworven kennis in de praktijk kan brengen. Hij wordt daarbij ondersteund door Debbie Merenke, een van de dorpsvrouwen die wordt ingezet als kokkin bij de komst van toeristen. Tijdens de etutop - krutu - tussen de dorpelingen en de delegaties van WWF en CI grijpt Merenke de kans om haar zegje te doen. Ze vertelt dat ze haar werk met plezier doet maar wijst op de weinige middelen die ze heeft. Er ontbreken namelijk moderne faciliteiten om groepen te kunnen cateren.

Voorzichtig spreekt ze de wens uit dat er in het nieuwe educatiecentrum een keuken komt, niet alleen voor haar om de toeristen te kunnen verzorgen. "Ik kan dan ook andere vrouwen in het dorp kennis bijbrengen, net als op de huishoud- of nijverheidsschool."

Groter plan

'Het is belangrijk om zowel het nationale als het globale ecosysteem in stand te houden'

DE TOEZEGGING VAN de steun voor de bouw van het educatiecentrum is onderdeel van een groter plan om het woongebied van de Wayana tot een reservaat te maken, de South Surinam Conservation Corridor (SSCC), waarbij zowel natuur als cultuur geconserveerd wordt. Sinds 2006 is men hiermee bezig, op verzoek van de lokale gemeenschappen zelf. Zij vrezen namelijk de komst van goudzoekers en de natuurverwoesting die daarmee gepaard gaat. Met de SSCC hopen zij hun woongebied en leefwijze te beschermen en voor toekomstige generaties te behouden.

Voor WNF-directeur Van de Gronden is de komst van de SSCC van belang voor de hele aarde. Hij vertelt dat er in Brazilië en Frans-Guyana al reservaten zijn waarbij de SSCC zal aansluiten. "Dit is belangrijk om zowel het nationale als het globale ecosysteem in stand te houden", aldus Van de Gronden. CIS-directeur Goedschalk vertelt dat het realiseren van de corridor moeizaam kan verlopen aangezien daarvoor wetten moeten worden aangepast. "Maar het is zeker de moeite waard omdat dit het eerste beschermde inheemse gebied in Suriname zou kunnen worden."

Apetina1

Goedschalk hoopt met het educatiecentrum ook mogelijkheden te creëren om de Wayana te trainen in nieuwe technieken en concepten. Hij denkt aan het gebruik van drones of het analyseren van satellietkaarten waarmee zij het bos in de gaten kunnen houden. "We weten allemaal dat ons bos zo ondoordringbaar en onbegaanbaar is dat het vrij moeilijk is om al op een kilometer afstand van waar je woont te weten wat er gebeurt."

Ook hoopt Goedschalk mogelijkheden te creëren  voor de bewoners om inkomsten te genereren zonder dat ze hun dorpen hoeven te verlaten. Over het belang hiervan zegt hij: "Als de mensen wegtrekken uit dorpen omdat er niets te verdienen is, dan geef je anderen de kans zich er te vestigen en misschien wel activiteiten te ontplooien die niet in harmonie zijn met de natuur." De stichting Kuluwayak krijgt geen sponsoring, maar zit daar ook niet op te wachten. De intern verblijvende jongens uit Apetina verbouwen zoveel mogelijk zelf om in hun voedselvoorziening te kunnen voorzien.

Voorzitter Samoe Schelts vertelt dat ze het soms eentonig vinden als ze meerdere dagen achter elkaar dezelfde groenten eten. "Dan wijs ik naar de tuin en zeg dat ze vrij zijn om andere gewassen te planten. Aan de andere kant maakt het ze ook creatiever met koken!"

Juiste leefwijze

KULUWAYAK IS NAUW betrokken bij de ontwikkelingen van Apetina, hij is ook de spreekbuis voor granman Noewahe. Met zowel WFN en CSI is gesproken over het brengen van ontwikkeling waarbij de tradities hoog in het vaandel blijven en de stem van de Wayana echt gehoord wordt. Schelts: "We praten hier niet over 'kibri na busi', het conserveren van de natuur, maar over 'libi ini na busi nanga bun fasi: leven met de natuur op juiste wijze."

Uit naam van granman Noewahe benadrukt Schelts dat ze absoluut niet hetzelfde willen als in Frans-Guyana, waar het woongebied van de Wayana ook is beschermd maar waar zij zelf ook niet meer mogen jagen. Ook al staat daartegenover wel een uitkering waarmee zij moeten rondkomen, toch zijn ze er niet gelukkiger op geworden. Schelts verklaart: "Ze mogen niet meer jagen op tapirs of vissen. Hun traditionele manier van leven is veranderd en ze worden op deze manier afhankelijk gemaakt van het geld."

'We vangen alleen dat waarvan genoeg is en we leven in harmonie met de natuur'

Van een Franse granman heeft Schelts tevens gehoord dat ze er zelfs geen hoofdtooien meer kunnen maken. De vogels waarvan zij de veren gebruikten, mogen niet meer gevangen worden. Dit is een schrikbeeld voor granman Noewahe; hij wil dat niet zien gebeuren met zijn volk. "We vangen alleen dat waarvan genoeg is en we leven in harmonie met de natuur", benadrukt Noewahe tijdens de krutu. Schelts vult aan dat het bos voor de Wayana is als een markt of een apotheek. "Daar haal je ook alleen dat wat je nodig hebt."

Zowel Goedschalk als Van der Gronden begrijpt de granman en spreekt hem geruststellend toe. Goedschalk: "Daarom zijn wij er in een vroeg stadium bij zodat wij samen met de mensen hier kunnen nadenken over hoe bescherming en ontwikkeling hand in hand kunnen gaan." Van de Gronden: "Er komen vaak 'bakras' die het beter weten, maar wij weten het niet beter. Wie zijn wij? Jullie wonen al tienduizend jaar in het bos."◊

Apetina3

 

Dit artikel is verschenen in onze bijlage van 26 maart 2016 

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina