Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • 'Ik wil zo graag dat ze me vergeven'

'Ik wil zo graag dat ze me vergeven'

23/12/2016 17:00

'Ik wil zo graag dat ze me vergeven'

 

ACHTERGROND - Hoe belandt iemand op het criminele pad? En als hij het niet met de dood bekoopt, hoe verder? Dat er zicht is op een ander leven, laat ex-rover Gilly zien. “De mensen die ik heel veel pijn heb gedaan... als eerst wil ik aan mijn moeder zeggen: ‘Mama, sorry dat ik jou zoveel pijn en verdriet heb aangedaan’. En de andere mensen die ik ook heb pijn gedaan, ik wil zo graag dat ze me vergeven’.”

Tekst: Roseline Daan - beeld: Autoblog

Gilly is pas 21 jaar, maar hij heeft al zes keer in de gevangenis gezeten vanwege roof. De langste keer was in 2010; een jaar en zes maanden. Gilly zit op een houten bankje en vertelt hoe het zover heeft kunnen komen. Op sommige momenten lijkt hij de hele periode van zijn detentie weer te beleven. Dan wrijft hij over zijn gezicht en knijpt heel hard zijn ogen dicht. Zijn verhaal begon toen hij zestien jaar was. Toen ging het om kleine delicten. Vanaf zijn achttiende zat hij in een bende en pleegde roofovervallen. "Ik heb nooit vaderliefde gehad. Ik had wel een stiefvader, maar ik accepteerde hem niet. Ik ben op zoek gegaan naar vrienden en kwam de verkeerde tegen. Zo begon ik te roken en belandde uiteindelijk op het criminele pad. Ik werd rover."

Bendes

Ik ben de enige die er levend uit is gekomen

Gilly vertelt dat jongens elkaar opzoeken zonder elkaar te kennen. Zo worden bendes gevormd; eenieder met zijn eigen taak. Als twee "toffe" jongens elkaar ontmoeten, typeren zij zichzelf al als een bende. Dan worden de locaties waar de roofovervallen zullen plaatsvinden in beeld gebracht. De ene roof nog heftiger dan de andere. Met de andere jongens liep het niet zo best af. "De vrienden met wie ik op pad ging, zijn allemaal dood. De ene is doodgeschoten door de Counter Terrorism Unit", vertelt Gilly. Diezelfde vriend werd tevens opgespoord door de politie. Een andere wilde uit de gevangenis vluchten en is ter plekke doodgeschoten, terwijl een derde is doodgekapt. "Ik ben de enige die er levend uit is gekomen."

Bij zijn laatste roofoverval kreeg Gilly een straf van achttien maanden opgelegd. Maar na negen maanden kon hij het niet meer aan en probeerde te vluchten. "Mi ben stress in a strafu", zegt hij en kijkt naar de grond. Gilly werd twee maanden daarna weer gevangengenomen. Hij had een gebroken been en kon zich niet langer schuilhouden of van locatie veranderen. "Mijn ervaring in de gevangenis is niet prettig. Helemaal erg is het voor nieuwkomers. Dan word je echt onder druk gezet door arrestanten die er al een tijdje zitten." Hij prijst zich gelukkig dat hij een groot deel van de arrestanten kende, waardoor hij minder werd gepest.

Maar hij heeft wel gevallen meegemaakt waar nieuwkomers behoorlijk zijn aangepakt. Ze werden mishandeld en moesten onder het bed slapen totdat zij 'lesgeld' hadden betaald. Elke nieuwkomer in de gevangenis moet lesgeld betalen. Er is geen vast bedrag, je betaalt wat je hebt. Als de gevangenen weten dat de nieuweling iemand is van welgestelde ouders, moet die regelmatig geld neertellen. En als degene geen geld bij de hand heeft, dan moeten zijn ouders dat meenemen. De enigen die niet betalen, zijn de 'gangsters'. Zij moeten zich met hand en tand verzetten om hun plek op te eisen. Die gevechten zijn volgens Gilly niet gemakkelijk. Er wordt behoorlijk hard geknokt, soms tot bloedens toe. "Soms voel ik het echt voor ze, maar ik kan ze niet helpen."

Emotioneel

Ze begrijpen niet dat ik wil veranderen

Met een brok in de keel vertelt Gilly over de emotionele momenten toen zijn moeder hem in de gevangenis bezocht. "Ik kreeg echt tranen in mijn ogen toen ze me bepaalde dingen zei. Ze is mijn moeder. Ik hou van haar. Ik streste echt wanneer ze wegging en ik daarna weer in de cel moest gaan. Dan moest ook niemand me lastigvallen." Onder deze omstandigheden sleet Gilly zijn dagen. Toen hij uit de gevangenis kwam, was zijn enthousiasme maar voor even. Want hij werd niet geaccepteerd door zijn omgeving. "Ze zagen me als 'negatief'. De meeste mensen denken dat ik nog steeds een crimineel ben. Ze begrijpen niet dat ik wil veranderen."

Nu hij iets langer dan vijf jaar uit handen van de politie is gebleven, begint Gilly aan een nieuw hoofdstuk in zijn leven. Hij is inmiddels kok en heeft een stichting opgericht om jongens uit detentie te begeleiden. Ook is hij Rapp-facilitator geworden. Hij doet een dringend beroep op jonge mensen: "Je hoeft niet te gaan roven om het te maken in het leven. Mi no wan roof moro yere." Gilly weet wat jongeren ertoe drijft om crimineel gedrag te vertonen, "want ik was ook in die wereld." Nu adviseert hij: "A moro bun un stop yere, want de gevolgen zijn echt niet mooi. Je kan dood gaan!"

Veel geld

Na een half uur praten klinkt Gilly krachtiger en overtuigender. Met gebalde vuisten: "Jullie willen heel veel geld hebben. Un wan modo, een huis, een auto. Je kan al deze dingen hebben door eerlijk jouw geld te verdienen." Hij weet dat jongens veel meisjes om zich heen willen, maar het beste is om voor één te kiezen die je vooruit kan helpen. "Want o moro meid ie abi, o moro spang ede." Om al die meisjes te onderhouden, is geld nodig, met als gevolg het roverspad. "En dat wordt dan jouw nekslag, want je belandt in de gevangenis of je gaat dood. Liever begin je er dus niet aan." Zo luidt ook het devies van het Resistance And Prevention Program (Rapp). Middels het uitvoeren van gerichte programma's op scholen en in woonwijken samen met het Korps Politie Suriname wordt ernaar gestreefd om jeugdigen buiten de gevangenis te houden. En dit móet volgens Rapp-landencoördinator Lilian Wiebers want anders gaan te veel jongeren ten onder aan misdaad.

*Gilly is een gefingeerde naam.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina