Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • IVAN FERNALD: Reflectie op ons onderwijs - deel 2

'Doorstroom stagneert'

15/04/2017 15:00

In een serie artikelen voor de Ware Tijd komt onderwijsdeskundige Ivan Fernald tot een reflectie van het onderwijs in Suriname.

In een serie artikelen voor de Ware Tijd komt onderwijsdeskundige Ivan Fernald tot een reflectie van het onderwijs in Suriname. Foto: dWT Archief  

ONDERWIJS - Als wij de onderwijsstatistieken onder de loep nemen dan constateren wij stagnatie in de doorstroming binnen diverse onderwijsniveaus(glo/voj/vos) maar ook tussen opeenvolgende onderwijsniveaus. De kwaliteit van het onderwijs en de efficiëntie staan ter discussie.

Tekst: Ivan Fernald - beeld: dWT archief

IN DE ONTWERPBEGROTING van het ministerie van Onderwijs Wetenschap en Cultuur (Minowc) 2017 zijn er een reeks beleidsactiviteiten en wenselijkheden opgesomd. Toch wordt er geen melding gemaakt van het lage rendement van het onderwijs. Er is sprake van een hoge mate van verspilling en inefficiëntie. In Suriname is het onderwijs bijzonder selectief en het rendement is laag. Dit legt een extra financiële druk op de staat. Elke leerling die langer over de school doet, kost de overheid enorm veel geld.

•  Slechts 52,1 procent van de leerlingen van de zesde klas zijn in 2016 geslaagd voor de glo-toets voor toelating mulo.

•  Het percentage dat in 2015 niet doorstroomde naar de tweede klas glo bedroeg 26,6.

•  Van de totale glo-schoolpopulatie van 70.556 leerlingen uit alle klassen in 2015 stroomden er 26.584 (37,6 procent) niet door.

•  Het aantal drop-outs (voortijdige schoolverlaters) van de lbo-scholen bedroeg in 2015 36 procent.

Laag rendement doorstroming basisonderwijs

IN HET JAAR 2016 hebben 11.139 leerlingen deelgenomen aan de glo-toets waarvan er 52,12 procent is geslaagd voor toelating Mulo. Dat zijn 5.806 leerlingen. Deze trend doet zich al jaren voor. Indien de cijfers van de afgelopen vijf jaar onder de loep worden genomen komen wij tot een landelijk gemiddelde van 20 procent. Het officieel landelijk percentage zittenblijvers in leerjaar één van het glo 2015 bedroeg 19,2 procent (Onderzoek en Planning Minowc). Nagenoeg één op de vijf leerlingen blijft zitten in het eerste leerjaar van het glo. Dit is onaanvaardbaar hoog. In het eerste en het zesde leerjaar van het glo blijven de meeste leerlingen zitten. Echter, het aantal leerlingen dat niet doorstroomt naar het tweede leerjaar is veel groter dan aanvankelijk werd gedacht.

Een bekend feit is dat er leerlingen zijn die de school voortijdig verlaten. Gebleken is dat 7,4 procent van de leerlingen van het eerste leerjaar van het glo in 2015 voortijdig heeft afgehaakt. Het is mij niet duidelijk of deze groep definitief uit het schoolsysteem is verdwenen. Indien de zittenblijvers en drop-outs opgeteld worden, komen wij tot een percentage van 26,6 dat in 2015 niet is doorgestroomd naar het tweede leerjaar van glo.

Het resultaat is dramatisch en de toestand is zorgwekkend omdat de gezamenlijke percentages bijzonder hoog zijn. Neemt u daar nota van: meer dan een kwart van de leerlingen stroomt niet door naar het tweede leerjaar van het glo. (één op de vier leerlingen stroomt niet door naar het tweede leerjaar van het glo)? Het aantal leerlingen dat (landelijk) is ingeschreven in het eerste schooljaar 2015 van het glo bedroeg 12.829. Daarvan zijn er 9.419 bevorderd naar de tweede klas. Het is onaanvaardbaar dat een aantal van 3.410 leerlingen (26,6 procent) niet doorstroomt naar de tweede klas van het glo.

Gemiddeld landelijk resultaat glo-klassen

Cijfers leggen inefficiëntie van het onderwijsstelsel bloot

HET TOTAAL AANTAL leerlingen klasse 1- 6 dat (landelijk) ingeschreven was op het glo in 2015 bedroeg 70.556. Daarvan zijn er in totaal 43.972 bevorderd en dat is goed voor een percentage van 62,3. Van de totale glo schoolpopulatie van 70.556 leerlingen uit alle klassen stromen er 26.584 niet door. Dat is een percentage van 37,67. De mutaties over de zes leerjaren bedroeg 10,4 procent. Dat zijn leerlingen die gedurende het schooljaar van klas veranderen binnen de school of zij die geplaatst worden op een andere school. Indien wij de zittenblijvers en drop-outpercentages optellen komen wij tot een percentage van 27,3. Deze cijfers leggen de inefficiëntie van het onderwijsstelsel bloot.

Gemiddeld landelijk resultaat van alle klassen glo: slechts 62,3 procent van de leerlingen is bevorderd en stroomt dus door in het jaar 2015.

Een belangrijke indicator om het succes van een onderwijsstelsel vast te stellen is het aantal leerlingen dat uiteindelijk instroomt in de hoogste klas (zesde klas glo) ten opzichte van het aantal dat eigenlijk qua leeftijd daar zou moeten zitten. Indien er veel doublures zijn is het rendement dus minder. (Het is overigens van belang om na te gaan hoe oud de leerlingen instromen in het eerste leerjaar. In het binnenland kan er weleens een vertekend beeld ontstaan als leerlingen instromen die ouder zijn dan zes jaar).

Primair onderwijs vergeleken met regio

Geen structurele maatregelen dus geen verbeteringen

WAAR STAAT SURINAME in vergelijking met de landen in de Caribische regio? Na enig speurwerk heb ik data kunnen achterhalen via de website van Unesco Latin America and the Caribbean (LAC). Vanaf 2000 is er een scherpe daling waar te nemen van het zittenblijverspercentage in de regio. Was het gemiddeld percentage van LAC in 2000 nog 12,97 procent bij de jongens, nu is het minder dan 2 procent. Het gemiddelde zittenblijverspercentage 2014 in de regio bij de meisjes is 8,1 procent.

Suriname valt behoorlijk uit de toon met een percentage van 18,27 en 12,81 voor respectievelijk jongens en meisjes. Aruba had een zittenblijverspercentage (jongens) van 8,3 procent in 2014 en Guyana kent vrijwel geen doublures in het primair onderwijs. Vanaf 2008 (19,86 procent) is er in Suriname een lichte daling ingezet naar 18,27 procent in 2014 bij de jongens. Echter, de statistieken laten zien dat dalingen niet consequent worden doorgezet, omdat er geen structurele maatregelen genomen worden en er dus geen verbeteringen optreden. In 2006 was het zittenblijverspercentage jongens 15,7 waarna het steeg naar 19,8 in 2008 om vervolgens licht te dalen naar 18,27 in 2014.

Uit de cijfers kan worden geconcludeerd dat Suriname het hoogste aantal zittenblijvers heeft in de regio. Dit is een enorme verspilling van geld. De uitdaging is om structurele maatregelen te nemen om de inefficiëntie van het onderwijsstelsel aan te pakken en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Deze aangelegenheid zal in een apart artikel worden belicht.

Binnenkort deel 3 : Vroege schoolverlaters

Ivan Fernald

Ivan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao) en was minister van Defensie van 2005-2010 in het kabinet van president Venetiaan. Als manager bij RPBG heeft hij in de afgelopen vijf jaar ook de praktische kant van de economie ervaren en heeft hij de leiding gehad van Suriname Information Technology Training (Sitt). Fernald is momenteel parttime docent op het instituut voor opleiding van leraren (IOL). Er zijn eerder publicaties van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht tot nationale ontwikkeling.

Lees hier het eerder verschenen artikel Reflectie op ons onderwijs - deel 1

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina