Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • IVAN FERNALD: Reflectie op het onderwijs - deel 10

Ophef over het Lager Beroepsonderwijs (lbo)

08/09/2017 16:00

Ophef over het Lager Beroepsonderwijs (lbo)

 

ACHTERGROND - Het besluit van onderwijsminister Robert Peneux om de lbo-afgewezenen een extra kans te bieden, is met scepsis ontvangen door het onderwijsveld. De bewindsman heeft zich hierdoor nogal wat kritiek op de hals gehaald. Hij beroept zich op het feit dat het lbo een nieuwe opleiding is en de leerlingen oefenmateriaal ontberen. ‘Zij kunnen in tegenstelling tot andere onderwijsinstellingen, niet putten uit oude examenopgaven om te oefenen’.

Tekst Ivan Fernald

DE BOND VAN Leraren (BvL) heeft zich hierover kritisch uitgelaten omdat de argumentatie niet steekhoudend zou zijn. Wilgo Valies, voorzitter van BvL en ALS, spreekt van een populistische maatregel. 'Men komt aan de kwaliteit van het onderwijs' aldus Valies. Hij vraagt zich af hoe de leerlingen verder moeten als zij pas eind oktober examen maken, terwijl de lessen aan vervolgopleidingen dan al zijn begonnen.

Onderwijskundige Soenderpersad Hanoeman windt er geen doekjes om. Hij verwijt de minister willekeur en introduceert een nieuwe term: 'Onderwijsbarbarisme'. Bedoelt hij dat de minister in strijd handelt met de regels? Hanoeman geeft geen nadere omschrijving van de term onderwijsbarbarisme, maar zijn harde kritiek spreekt boekdelen. '

"Dit gebeurt niet in een geciviliseerde maatschappij. Achteraf als de uitslag bekend is, komt de minister met zo een maatregel", aldus Hanoeman. Hij vindt dat de minister het land nationaal en internationaal te schande zet.

Hoe het ook zij, de minister biedt afgewezen leerlingen een laatste strohalm. Dit besluit wordt met beide handen aangegrepen door ouders en leerlingen. Of deze maatregel daadwerkelijk soelaas biedt, zal de toekomst uitwijzen. Incidentele maatregelen lossen geen kernvraagstukken op. De ophef die ontstaan is over dit onderwijstype is aanleiding om deze aflevering te wijden aan het lbo.

Wat is lbo?

Lbo -slide1

Nieuwe structuur lbo A-, B- en C-niveau  / Bron: MinOWC

HET MINISTERIE VAN Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) streeft ernaar om het curriculum van de beroepsopleidingen te laten aansluiten op de behoefte van het bedrijfsleven. Het ondernemerschap en de innovatie moeten gestimuleerd worden. Dat dient tot uiting te komen in het curriculum.

De glo-leerlingen stromen in de regel door naar mulo en lbo. De traditionele vijf schooltypen ebo, ets, lbgo, lto en lhno zijn in 2013 afgebouwd. Daarvoor is het lager beroepsonderwijs (lbo) in de plaats gekomen. Het is een vierjarige dagopleiding bestaande uit zeven technische- en zes dienstverlenende studierichtingen. Lbo-C representeert het hoogste niveau. Afgestudeerden van deze richting hebben aansluiting op het Middelbaar Beroepsonderwijs.

Het lbo is niet uit de lucht komen vallen. Het Onderdirectoraat Beroepsonderwijs (ODB) werkt sinds 2014 nauw samen met Vvob (Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand). In samenspraak met Vvob is het 'PROGRESS-lbo-programma' ontworpen. (PROGRESS staat voor: Programma Effectievere Scholen Suriname). Het MinOWC heeft ervoor gekozen om vernieuwingen door te voeren op de Leraren Opleiding Beroepsonderwijs (Lobo). De focus is gelegd op curriculumhervormingen en de invoering van integrale kwaliteitszorg. PROGRESS-lbo wordt volledig gesubsidieerd door de Belgische overheid en de samenwerking met Vvob is verlengd tot 2021.

Precedenten scheppen

DE ONDERWIJSMINISTER HEEFT met het besluit voor een extra kans een lawine van kritiek over zich heen gekregen. Lbo-leerlingen die in het schooljaar 2016-2017 direct zijn afgewezen, worden in de gelegenheid gesteld opnieuw herexamen te doen in algemeen vormende vakken waarin een onvoldoend cijfer is behaald. De examens zullen uiterlijk 31 oktober 2017 worden afgenomen.

Dit besluit kan precedenten scheppen. Andere onderwijsinstellingen die een vernieuwingstraject hebben doorlopen, kunnen zich beroepen op een herkansingsregeling. Het Imeao heeft een structuurwijziging ondergaan maar de leerlingen hebben geen extra kans gehad. Kandidaten van de pedagogische instellingen die volgens het programma 'De nieuwe leerkracht' zijn opgeleid hebben geen extra kans gekregen. In het schooljaar 2016-2017 zijn eerste afgestudeerden afgeleverd volgens het nieuwe curriculum.

Inefficiëntie

lbo-slide3

Doorstroming lbo in 2015: drop-out 36% - zitters 23.3% - bevorderd 39.7%

1. In 2017 zijn de eerste geslaagden afgeleverd volgens de lbo-structuur. Van de dienstverlenende richting is 25 procent direct geslaagd en 61 procent is afgewezen. Het percentage herexamen is 14. De technische studierichting doet het niet beter: 26,7 procent direct geslaagd en 50 procent is afgewezen. Het percentage herexamen is 23,3. Het examen is centraal opgesteld. Er zijn 5 scholen met 0 procent geslaagden.

2. De overgangscijfers van de lbo-scholen geven reden tot zorg. Van de 8.818 leerlingen die in 2015 landelijk waren ingeschreven in klas 1 stromen er 2.037 door de naar de tweede klas. (Onderzoek en Planning MinOWC). Dat komt overeen met een landelijk resultaat van 46 procent. Het grote aantal drop-outs is opmerkelijk. Maar liefst 1.334 leerlingen verlaten voortijdig het lbo. Deze leerlingen zijn in dat jaar niet meer terug te vinden in het formele onderwijs.

3. Het is interessant om het landelijke drop-out- en zittenblijverspercentage klas 1 tot 4 van lbo te beschouwen. Er waren in 2015 landelijk 13.219 leerlingen ingeschreven op de lbo-scholen van wie er in totaal 3.085 zijn blijven zitten. Dat is een percentage van 23. Het aantal drop-outs was 4.753 (36 procent van de schoolpopulatie) en overtrof dus het aantal zitters. Van de 13.219 leerlingen stromen 7.838 niet door. Dat komt overeen met een percentage van 59.

Indien wij de doorstroming (verblijfsduur en drop-outs) binnen de diverse onderwijsinstellingen en de tussen de opeenvolgende onderwijsniveaus beschouwen dan komen wij tot de conclusie dat er sprake van een grove inefficiëntie van het onderwijsstelsel.

Vragen nieuwe structuur

De bedroevende resultaten geven aanleiding om het lbo nader te beschouwen. Het onbevredigende resultaat wekt bevreemding omdat deze nieuwe structuur en het aangepaste curriculum juist ingevoerd zijn om de manco's weg te werken. Het lbo kent een lange voorbereidingstijd. Het is opmerkelijk dat de onderwijskundige Hanoeman het gewijzigd curriculum juist als de belangrijkste boosdoener aanmerkt. "Er had eerst een pilot op 10 procent van het totale aantal scholen moeten worden uitgevoerd. Zo een grote operatie moest elk jaar op kinderziektes geëvalueerd en bijgesteld worden", vindt Hanoeman. Insiders beweren dat er weliswaar schoolleiders getraind zijn maar er onvoldoende handvatten gegeven zijn aan lbo-leerkrachten.

Gedragsproblematiek

De onderdirecteur afdeling Beroepsonderwijs, de heer Ashok Rambali, heeft gewezen op de gedragsproblematiek. "Het gedrag van leerlingen op bepaalde scholen is dusdanig dat leerkrachten bang zijn om op te treden. Er zijn gevallen bekend waarbij leerkrachten uit veiligheidsoverwegingen gemuteerd zijn geworden." Deze onthulling is verontrustend en het moet serieus genomen worden. Er blijkt een verband te zijn tussen lage cijfers en gedragsproblemen. De lbo-scholen met een laag percentage geslaagden zijn doorgaans de probleemscholen. De ondersteuning van de ouders laat veelal te wensen over. Een groot deel van de ouders verschijnt niet op ouderdagen. Het is toch ten hemelschreiend dat leerlingen die zijn opgeroepen voor extra oefenlessen voor de herexamens van lbo niet komen opdagen. Ditis opmerkelijk en dat geeft aanleiding om de thuissituatie van deze leerlingen nader te beschouwen.

lbo-slide2

Overzicht 2015 lbo-klas 1: bevorderd 46% - zitters 24% - drop-outs 30%

Beoordelingscriteria

Er zijn structurele-, onderwijsinhoudelijke- en organisatorische aangelegenheden die hun stempel drukken op het onderwijsgebeuren. Wij willen kwaliteitsvol onderwijs met een hoog rendement. Het onderwijs is selectief maar het moet zodanig ingericht worden dat leerlingen niet nodeloos in het systeem blijven hangen.Van verschillende zijden is aandacht gevraagd voor een andersoortige kijk op beoordelingsnormen. Onderwijskundige Marie Levens, die internationale bekendheid heeft verworven vanwege haar inspanning voor vernieuwend onderwijs (OAS), is daar duidelijk over. "Suriname heeft mensen nodig die de durf hebben om het oude los te laten." Zij heeft een lans gebroken voor een systeem van examens waarbij niet per definitie nagegaan wordt wat leerlingen niet weten. Wij moeten leerlingen beoordelen op wat zij goed doen. Er moet er rekening mee worden gehouden dat ieder kind anders leert.

Aansprakelijk

Minister Peneux heeft de huidige probelemen in het onderwijs niet gecreëerd. Hij kan daarom niet verantwoordelijk gesteld worden voor het belabberde resultaat. De bewindsman zal echter aangesproken worden op zijn beleid maar ook op alles wat hij nalaat te doen in de periode van zijn ministerschap. Het onderwijs is aan het afglijden. Doeltreffende maatregelen moeten genomen worden om het getij te keren en in goede verstandhouding met alle actoren te werken aan successievelijke opbouw. Hiervoor is de minister wel aansprakelijk. Het is daarom toe te juichen dat er een grondig onderzoek komt naar de oorzaken van de slechte schoolresultaten. 

Ivan Fernald

Ivan Fernald was twintig jaar directeur van het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs (Imeao) en was minister van Defensie van 2005-2010 in het kabinet van president Venetiaan. Als manager bij RPBG heeft hij in de afgelopen vijf jaar ook de praktische kant van de economie ervaren en heeft hij de leiding gehad van Suriname Information Technology Training (Sitt). Fernald is momenteel parttime docent op het instituut voor opleiding van leraren (IOL). Er zijn eerder publicaties van zijn hand verschenen waarbij onderwijs in relatie wordt gebracht tot nationale ontwikkeling.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina