Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • SKORO TORI: Faalangst op school

SKORO TORI: Faalangst op school

04/11/2017 16:00

SKORO TORI: Faalangst op school

 

RUBRIEK - In deze rubriek gaat onderwijsspecialist Winston de Randamie in op actuele zaken aangaande het Surinaams onderwijs en het schoolgaande kind. Daarbij levert hij niet alleen kritiek maar draagt ook oplossingen aan.

Tekst: Winston de Randamie  - Illustratie Edward Wong Loi Sing

FAALANGST IS LETTERLIJK de angst om te falen. Abigaïl, de dochter van Wendy is, ondanks een goede voorbereiding, toch bang dat het slecht zal gaan tijdens het zwemexamen. De angst om te falen bestaat eigenlijk al enige tijd bij haar. "Het zal mij toch niet lukken, ik krijg zeker de zenuwen", zijn gedachten waarmee Abigaïl dagelijks worstelt. Door die angst presteert ze vaak onder haar niveau. Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen lijden aan faalangst. Een goed voorbeeld is het rijexamen. Hoe vaak maken wij niet mee dat ondanks een goede voorbereiding volwassenen uit angst zakken voor het rijexamen? Op school vinden episodes van faalangst ook plaats.

Wendy zegt dat haar dochter van kleins af een onzeker kind is geweest. Volgens haar is de faalangst door de onzekere natuur van Abigaïl ontstaan. De onzekerheid en nu ook de angst om te falen, maken de situatie tijdens repetities alleen maar erger, volgens de bezorgde moeder. Een goede begeleiding op school zal ongetwijfeld een groot verschil betekenen, zegt Wendy. Nagenoeg alle leerkrachten van Abigaïl hebben op tijd ingezien dat ze een onzeker kind is. Faalangst in de klas steekt alleen de kop op als het om een bepaalde opdracht gaat. Er wordt dan een bepaalde prestatie van haar verwacht waar een beoordeling aan gekoppeld is.

Specifieke situaties in de klas kunnen zijn tijdens een repetitie of spreekbeurt. Als ze onzeker over het antwoord is, klapt ze meteen dicht.Stelt u zich voor dat dit in een klas met meer dan 25 andere leerlingen gebeurt. Ook het stellen van een vraag aan de leerkracht tijdens de les is een enorme misère. Maar opmerkelijk is dat wanneer Abigaïl zeker van het antwoord is, het eruit vliegt. Onbewust helpen leerkrachten en ouders soms mee aan het in stand houden van faalangst, door te hoge eisen of verkeerde eisen te stellen. In elke klas zitten er kinderen met een bepaalde vorm van faalangst. Volgens onderzoekers komt faalangst vaker bij meisjes dan bij jongens voor. Hij komt ook weleens voor bij kinderen die boven het gemiddelde presteren.

Er zijn drie soorten faalangst:

Cognitieve faalangst: hierbij heeft het kind in de klas tijdens de les last van angstgevoelens. Naar het soort gedrag dat het kind vertoont, wordt deze vorm van faalangst verder verdeeld in twee groepen:

- Actieve faalangst Het kind werkt hard voor een goed cijfer. Maar voor hem is het resultaat nooit goed genoeg. Hier geschiedt het leren zoveel mogelijk uit het hoofd. Als de hoeveelheid leerstof toeneemt, loopt het vast. -

Passieve faalangst Het kind ontdekt dat zijn inspanning nergens toe leidt en besluit uit teleurstelling niets meer te doen. Vaak wordt dan ook opstandig gedrag vertoond.

Sociale faalangst: hierbij heeft het kind last van angstgevoelens in de omgang met anderen. Het kind is ervan overtuigd dat anderen hem stom vinden. Hij zal dus geen vragen durven stellen in de klas, het zal ook geen spreekbeurt durven houden.

Motorische faalangst: het kind heeft hier last van onderpresteren bij motorische opdrachten. Het maken van een tekening of meedoen aan een sportwedstrijd.

Oorzaken van faalangst Faalangst heeft alles te maken met het zelfbeeld van het kind. Een kind kan zichzelf zien als positief of negatief. In het geval van Abigaïl ziet zij zichzelf als negatief. "Ik presteer slecht, iedereen vindt mij lelijk en dom. Dat vind ik zelf ook", zegt ze. Door dit negatieve zelfbeeld presteert ze inderdaad slecht tijdens het zwemmen en op school. Kinderen met faalangst denken dat anderen hen alleen accepteren, wanneer ze goede prestaties behalen. Bij een repetitie zal een kind met faalangst meteen kijken naar wat hij niet kan. Succes wordt toegeschreven aan toeval, mislukking aan eigen falen.

Faalangst herkennen

Ze stellen vaak veel vragen over wat ze precies moeten doen en beginnen vaak met de moeilijkste opgaven.

KINDEREN MET FAALANGST willen graag meerdere keren horen dat ze hun werk goed hebben afgerond. Soms komen ze zelf vragen wat jij van hun werk vindt. Bij het maken van schoolwerk zijn ze onzeker en komen nog een paar keer vragen wat ze eigenlijk moeten doen. En bij het afronden van hun werk komen ze een paar keer om te laten zien wat ze gedaan hebben, met de vraag of het wel goed is gedaan. Het kan ook weleens voorkomen dat deze kinderen blijven slabakken met hun werk en helemaal niets komen laten zien, terwijl ze vastgelopen zijn. Bij hen moet je dus zelf even langslopen om te kijken of alles goed gaat. Vóór en vaak ook tijdens de repetitie zijn deze kinderen heel onrustig. Ze stellen vaak veel vragen over wat ze precies moeten doen en beginnen vaak met de moeilijkste opgaven.

Naast het vertoonde gedrag kun je ook vaak lichamelijke reacties bij deze kinderen constateren. Kinderen die lijden aan faalangst vertonen vaak lichamelijke reacties, zoals: transpireren, hartkloppingen, buikpijn/ diarree, vaker plassen, snellere ademhaling en hoofdpijn. Niet alle verschijnselen kunnen direct door de leerkracht geconstateerd worden. Faalangst kan ook de onderliggende oorzaak zijn van probleemgedrag in de klas. Met grappen proberen deze kinderen hun faalangst te verbergen. Leerkrachten doen er goed aan om naar hun eigen gedrag te kijken. Het kan zijn dat u onbewust en onbedoelde faalangst aanwakkert. Maak in de klas duidelijk dat fouten maken toegestaan is, en dat niemand foutloos door het leven gaat. Bespreek als leerkracht eens iets wat u zelf fout hebt gedaan, hoe dat aanvoelde en hoe u het probleem opgelost heeft.

Dit artikel is verschenen in de weekendbijlage van 28 oktober

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina