Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • THEO PARA : 8 Decemberspagaat van Irvin Kanhai- deel ll

THEO PARA : 8 Decemberspagaat van Irvin Kanhai- deel ll

12/04/2018 17:00 - Theo Para

THEO PARA : 8 Decemberspagaat van Irvin Kanhai- deel ll

 

CONTRAPUNT - Wie heeft er gehersenspoeld? Kanhai heeft in zijn pleidooi beweerd dat de breedlevende overtuiging dat de kliek van Bouterse, buiten de officiële commandolijnen van het Nationaal Leger om, de decembermoorden had gepleegd, het gevolg is van ‘hersenspoeling’ door Nederland. Alsof de vele officieren die uit protest het leger verlieten - een cruciaal feit dat door Kanhai werd verzwegen - ook waren ‘gehersenspoeld’. Alsof het getuigenis van het hoofd van de militaire inlichtingendienst, dat er noch van een buitenlandse invasie, noch van betrokkenheid van een reguliere legermobilisatie sprake was, geen boekdelen sprak!

Tekst: Theo Para - Beeld:  Wordpres.com

DE DECEMBERMOORDENAARS HADDEN zich schuldig gemaakt aan institutionele criminaliteit, door illegaal middelen en gezag van Staat, aan te wenden bij het plegen van misdrijven met het oog op private machtsdoelen. Zij verboden ook overheidsdiensten als de brandweer hun werk te doen. Kanhai demonstreerde met zijn complotfantasie van de hersenspoeling, het koloniaal- paternalistische bijgeloof dat Surinamers niet tot zelfstandige meningsvorming in staat zijn. Wat hij met zijn tactiek van de dief die roept 'Houdt de dief!' trachtte te verhullen, was dat de Surinamers het maatschappelijke draagvlak voor de duiding van 8 december 1982 als decembermoorden, hadden ontwikkeld tegen de intimidatie en censuur van de militaire dictatuur in. Onder de slachtoffers van de decembermoorden waren vier journalisten. 

De dictatuur had niet alleen de nationale media verboden of onder censuur geplaatst. Zij had met de Palu in haar regering, op 29 juni 1983 het Decreet B-10 uitgevaardigd. Decreet B-10 verbood 'geschriften in te voeren, door te voeren, te verhandelen, te verspreiden, in bezit te hebben, in voorraad te hebben, te produceren of te reproduceren, welke naar het oordeel van het bevoegde gezag de openbare orde en rust of de nationale veiligheid ernstig kunnen verstoren.' In die muilkorftijd, kort na de decembermoorden, bestond er nog geen internet. De dictatuur had de Surinaamse bevolking effectief afgesneden van de vrije pers en literatuur, in en buiten Suriname. De inwoners van Suriname waren overgeleverd aan de opruiende en leugenachtige 'revo'-propaganda. En op de redacties van de Ware Tijd en andere media zaten de censors van de Palu, de partij van Kanhai! Dat deze dictatoriale hersenspoeling niet het beoogde effect had opgeleverd, lag vooral aan het gebrek aan geloofwaardigheid, aangejaagd door de leugens van Desi Bouterse.

 'Op de vlucht neergeschoten'

Weinig mensen geloofden deze lezing die Bouterse zelf, bijna 35 jaar later, 'lulkoek' zou noemen

HET IS VEELZEGGEND dat Kanhai in zijn wijdlopige, bijna honderd pagina's lange pleidooi, de officiële lezing over de dood van de vijftien voormannen van de democratie, heeft verzwegen. Op 9 december 1982 had bevelhebber Bouterse het Surinaamse volk op de televisie voorgehouden, dat in 'de afgelopen nacht' (de nacht van 9 december) de slachtoffers 'op de vlucht zijn neergeschoten.' Weinig mensen geloofden deze lezing die Bouterse zelf, bijna 35 jaar later, 'lulkoek' zou noemen. Moeilijker te doorzien was dat de legerbevelhebber ook loog over het tijdstip van de moorden. Bij reconstructie in het kader van het 8 Decemberstrafproces, op basis van onder meer de betrouwbare getuigenissen en de tegenstrijdigheid van verklaringen van Bouterse cum suis, kon aannemelijk worden gemaakt dat de slachtoffers al op 8 december 1982 zonder vorm van proces door een vuurpeloton waren geëxecuteerd.

Ook Kanhai verschoof de decembermoorden naar 'de nacht van 8 op 9 december 1982'. Hij sprak verhullend over 'rond 8 december 1982' om met behulp van de vaagheid de dag van 8 december 1982 te omzeilen. Hij belandde in een spagaat, want alle ooggetuigenissen, zoals die van het zestiende slachtoffer Fred Derby en van leden van het vuurpeloton, hadden het over 8 december 1982. De argumentatieve bruya waarin onze foute advocaat was beland, vond zijn noodzaak in de opdracht het valse alibi van Bouterse geloofwaardig te maken. Bouterse had een alibi voor de nacht van 9 december 1982, maar niet voor 8 december 1982, de dag van de moorden. 

Gedwongen zelfbeschuldiging 

OP 8 DECEMBER 1982 was Bouterse in het Fort Zeelandia door de STVS-journaalploeg op video vastgelegd. In de rechtszaal was op film te zien hoe hij André Kamperveen dreigend dwong een valse zelfbeschuldigende verklaring voor te lezen. Het was opmerkelijk dat Kanhai deze gedwongen zelfbeschuldiging, evenals die van Jozef Slagveer, in zijn pleidooi niet opvoerde als bewijsmateriaal voor een 'couppoging' in samenwerking met 'het buitenland', terwijl dat laatste in die verklaringen expliciet werd gesteld. Door zijn verzwijging van de gedwongen zelfbeschuldigingen bevestigde Kanhai hun volstrekte ongeloofwaardigheid. Bouterse wist dat de dreiging van staatsgreep, evenals het 'op de vlucht neergeschoten', een politiek-crimineel gemotiveerd verzinsel uit eigen koker was.

Kanhai heeft in zijn zogenaamde feitelijk onderbouwde pleidooi geen enkele getuige of concrete aanwijzing kunnen aanvoeren om aannemelijk te maken dat de slachtoffers 'in de nacht van 8 op 9 december 1982', de dood vonden. Er waren over die nacht slechts getuigenissen over het schieten met 'losse flodders'. Inderdaad, er was geschoten in de nacht van 9 december 1982. Ik woonde in die tijd niet heel ver van het Fort Zeelandia en was daar persoonlijk getuige van. Alleen, zo zou later blijken, werd op dat tijdstip niet geschoten om te doden, maar om te bedriegen. Het was onderdeel van de desinformatiecampagne: het officiële tijdstip van de moorden moest in de perceptie van nabestaanden en samenleving een dag worden verplaatst.

De daders behoefden tijdruimte voor hun valse alibi. En het verzinsel van een dreigende staatsgreep, inclusief een 'alarmplan', moest geloofwaardig worden georkestreerd. Kanhai ontkwam in zijn pleidooi dan ook niet aan de spagaat van de inconsistentie: hij moest enerzijds de indruk wekken dat de moorden 'in de nacht van 8 op 9 december 1982' hadden plaatsgevonden (het tijdstip waarvoor zijn cliënt een alibi had), terwijl hij zich anderzijds moest inspannen om aan te tonen dat zijn cliënt op 8 december 1982 (de periode waarvoor zijn cliënt geen alibi heeft) niet in het Fort Zeelandia aanwezig was. Als we aan onze advocaat de vraag zouden stellen waarom hij zich moeite getroostte om aan te tonen dat zijn cliënt op 8 december 1982 niet aanwezig was in het fort, terwijl de moorden volgens hem 9 december 1982 hadden plaatsgevonden, welk 'sprookje' zou hij dan verzinnen?  

Gemene lafhartigheid

Onze foute advocaat demonstreerde daarmee echter niet de onschuld van de hoofdverdachte, maar diens gemene lafhartigheid

VOOR DE AANDACHTIGE waarnemers van het 8 Decemberstrafproces was al snel duidelijk dat de gelijkgeschakelde, meinedige pro-Bouterse getuigen de volledige schuld voor de decembermoorden in de schuld van de overleden bataljonscommandant Paul Bhagwandas schoven. Die kon immers niets meer terugzeggen! In zijn interview met Henri Behr had de doodzieke Bhagwandas al voorspeld dat Bouterse na zijn overlijden de schuld volledig in zijn schoenen zou schuiven. In lijn met deze voorspelbare afschuifpartij trachtte Kanhai zijn cliënt vrij te pleiten, door Bhagwandas exclusief tot hoofdschuldige te maken. Onze foute advocaat demonstreerde daarmee echter niet de onschuld van de hoofdverdachte, maar diens gemene lafhartigheid. Kort na de decembermoorden, toen Bhagwandas nog in leven was, suggereerden de militaire machthebbers nog, tegenover VN-rapporteur voor de mensenrechten Amos Wako, dat de overleden Roy Horb exclusief de hoofdverantwoordelijke was voor de moorden. 

Een corrupte wet

BEWERINGEN UIT DE mond van belanghebbenden met een CV van nieuwsverduistering, zoals de hoofdverdachte en de partij van zijn foute advocaat, hebben een laag gehalte van geloofwaardigheid. Liever legt men het oor te luister bij onafhankelijke deskundigen. In haar onderzoeksrapport (1983) heeft de OAS- mensenrechtencommissie  geconcludeerd dat de machthebbers geen enkele aanwijzing, laat staan bewijs, konden tonen dat de slachtoffers bij een staatsgreep waren betrokken. Die OAS-conclusie sluit aan bij drie veelzeggende feiten. Ten eerste waren de slachtoffers van uiteenlopende politieke overtuigingen, wat hun samenzwering tot staatsgreep volstrekt ongeloofwaardig maakte.

Ten tweede zijn twee slachtoffers, die na een omstreden proces, vanwege een veroordeling voor een couppoging, een straf uitzaten, uit het gevang gehaald om te worden mishandeld en geëxecuteerd. Dat was een toonbeeld van lafhartige wraakuitoefening. Ten derde wees de jurist en 8 december-weduwe Kanta Adhin op de tegenspraak tussen de coupbeschuldiging en het gedrag van de dictatuur. Na de ontvoering van haar man volgde geen enkele vorm van onderzoek in zijn woning! Overigens, de OAS-commissie stelde ook dat zelfs als de slachtoffers bij een omwenteling betrokken zouden zijn, niets het gebruik van 'terroristische methoden' rechtvaardigde.

Kanhai zat in dat opzicht op een heel andere lijn met zijn stelling dat in geval van 'hoogverraad' de verdachten 'alle rechten als landskind verliezen'. Dat is de formule van totalitaire willekeur! Want, als je zelfs het recht op een eerlijk proces verliest, wie bepaalt of je schuldig bent aan 'hoogverraad'?! Kanhai heeft getracht de laster tegen de vijftien voormannen van de democratie als deugdelijke grond voor hun ontvoering en vernedering voor te stellen. Professor John Dugard, vader van de mensenrechten in Zuid-Afrika en hoogleraar internationaal recht, concludeerde op basis van een uitgebreide studie, de folteringen en moorden van 8 december 1982 te kwalificeren als misdrijven tegen de menselijkheid, als internationale misdrijven.

Auditeur-militair Roy Elgin lijkt dan ook met zijn strafeis tegen de hoofdverdachte veel dichterbij de waarheid te staan, dan onze foute advocaat. Laatstgenoemde had als laatste strohalm niets anders dan een onrechtmatige wet: de Amnestiewet van 2012. Die wet waar de president, als medewetgever, persoonlijk voor verantwoordelijk was en die beoogde het lopende 8 Decemberstrafproces - waar de persoon van de president voor meervoudige moord terechtstaat - stop te zetten, was en is een wet van belangenverstrengeling: een zelfamnestiewet. Een corrupte wet.

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina