Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • SKORO TORI: Onderwijs in zwaar weer

SKORO TORI: Onderwijs in zwaar weer

29/01/2019 16:00

SKORO TORI: Onderwijs in zwaar weer

 

RUBRIEK - In deze rubriek gaat onderwijsspecialist Winston de Randamie in op actuele zaken aangaande het Surinaams onderwijs en het schoolgaande kind. Daarbij levert hij niet alleen kritiek maar draagt ook oplossingen aan.

dWT Foto / Stefano Tull

Het tweede kwartaal is voor veel studenten aangevangen. Het is voor velen van hen blokken geblazen om in te halen.Voor enkele middelbare studenten betekent het evenwel nog enkele dagen vrijaf van school. Het gehele onderwijsveld is trouwens zwaar getroffen door het voorval van het bootongeluk nabij Corneliskondre. Het is te betreuren dat volwassenen in dat geval voor kinderen het besluit hebben genomen om geen zwemvest aan te doen tijdens een boottrip. Maar deze situatie waarbij wij als volwassenen toestaan dat kinderen getransporteerd worden zonder het aantrekken van veiligheidsvesten kennen wij al heel lang in het onderwijs.

Reeds lange tijd doet een foto de ronde op internet van een overvolle boot met schoolkinderen zonder veiligheidsvesten aan. Kortom hervormingen zijn al heel lang nodig in het onderwijs en in het belang van leerlingen. Tijdens de nieuwjaarsrede van president Bouterse is echter niet gerept over deze en andere onderwijshervormingen die eventueel op komst zijn, ondanks de dringende behoefte daaraan. Marie Levens, projectcoördinator van het Basic Education Improvement Project ll (Beip2) is desondanks optimistisch, want ze is ervan overtuigd dat we zullen slagen in het verbeteren van ons onderwijs. Het lijkt wel een gigantische job, maar zo moeilijk is het niet, vindt Levens. "Ik heb het elders zien werken", klinkt ze zelfverzekerd. Niet voor niets wordt ze de minister van Onderwijs van het westelijk halfrond genoemd.

Problemen in het onderwijs

In de Beip2-fase heeft het ministerie de problemen in het veld in kaart proberen te brengen. Er is gekeken naar verschillende facetten zoals schoolgebouwen, de sterkte van leerkrachten, de instellingen en prestaties van leerlingen. Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur wil dit jaar programma's schrijven om de geconstateerde gaps bij kinderen op te heffen. De leiding van het ministeriem, vindt dat er rekening gehouden moet worden met de verschillende manieren waarop kinderen leren. Sommige kinderen kunnen abstract denken, andere kunnen dat absoluut niet en weer andere moeten eerst voelen; ze zijn kinesthetisch ingesteld.

Het programma dat het ministerie zal ontwikkelen moet daarom voor al deze kinderen een uitkomst bieden. Met de eerste en tweede fase van Beip2 is 33 miljoen US dollar gemoeid. Scholen in arme buurten doen het volgens Levens veel slechter dan scholen in rijke buurten. De ouders van kinderen in de rijkere buurten hebben vaak ook een hogere opleiding, vindt ze. Op rijkere scholen doen ouders ook meer met hun kinderen. Op de armere scholen zie je dat kinderen dat ontberen en daardoor ook vaak minder goed presteren. Kijk maar naar de slechte prestaties in het binnenland. Wij moeten ervoor zorgen dat ook die kinderen goed scoren, vindt Marie levens.

Leanda Zeldenrust, student aan de masteropleiding in Education and Research for Sustainable Development (MERSD), merkt op dat hoge slaagresultaten niet gehaald zullen worden in het binnenland als er geen gekwalificeerde leerkrachten daar naartoe worden gestuurd. "De veel besproken Boslandakte moet nu echt zijn beste tijd hebben gehad. Met dit soort situaties werken wij die discriminatie in het onderwijs zelf in de hand", vindt ze. "Er moet gewoon meer geld voor het onderwijs worden vrijgemaakt. We gaan bijvoorbeeld ervoor moeten zorgen dat kinderen in hun eigen taal opgevangen worden.

Er staan ruim zevenhonderd bevoegde pas afgestudeerde krachten in de rij voor een baan, die ingezet kunnen worden. Echter, zij willen niet naar het binnenland. De voorwaarden waaronder men in het binnenland moet gaan werken, trekken niet aan." Xiomara is in 2015 afgestudeerd van het SPI. Voor haar wordt het moeilijk om naar het binnenland te gaan, want ze is net begonnen met een vervolgopleiding. Ze kan haar dochterje ook niet zomaar achterlaten voor haar ouders. Die hebben het al zwaar met de warung die vanaf vroeg in de ochtend alle aandacht opeist. Voor Xiomara zou het wel mogelijk zijn het allemaal te combineren als ze in Para of Moengo geplaatst zou worden.

Wetgeving

Sheikh-Alibaks, jurist en afgestudeerde van MERSD, zegt dat de Verenigde Naties zich richten op het verduurzamen van onderwijs wereldwijd. Het kosteloos en verplicht stellen van basisonderwijs behoort tot een van de basisbeginselen van de Verenigde Naties. Wij merken dat in Suriname de ouderbijdrage juist weer is ingevoerd. De Federatie Instellingen Bijzonder Onderwijs Suriname (Fibos) geeft voor rechtvaardiging van de herinvoering aan dat de overheid de subsidie laat of zelfs onvolledig uitbetaalt. Verder zegt Fibos dat de ouderbijdrage gedeeltelijk gebruikt wordt om de scholen draaiende te houden. In landen als België bijvoorbeeld, mogen scholen ouders geen bijdragen vragen die gekoppeld zijn aan het bereiken van de eindtermen en het nastreven van de ontwikkelingsdoelen van het kind. Het gaat hier bijvoorbeeld om schoolboeken en schriften. De school dient dit materiaal ter beschikking te stellen van het kind, zonder de kosten op de ouders te verhalen.

De wet op het 11-jarige basisonderwijs laat voor velen ook te lang op zich wachten. De laatste wijzigingen in de Onderwijswet van het Lager Onderwijs in Suriname dateren van 22 september 1960. De nieuwe onderwijswet, waaraan nog wordt gewerkt, zal volgens ingewijden enkele opvallende veranderingen hebben ten opzichte van de huidige wetgeving. Problemen waarmee scholen al jaren worstelen, zullen duurzaam worden opgelost. Een van de zaken die zeker wegvallen, is zittenblijven. Er komen scholen zonder zittenblijvers, maar waar kinderen gewoon doorstromen.

Zij die langzamer zijn dan anderen, krijgen de gelegenheid om er iets langzamer over te doen. Dit heeft in meerdere landen, waaronder Nederland, zijn nut bewezen. Waarom zou het hier niet kunnen werken vindt de leiding van het ministerie. Met de nieuwe wet zullen de lessen praktischer gegeven worden. Als u naar het bovenstaande kijkt, ziet u dat het geheel vrij warrig overkomt en weinig samenhang heeft. Zo voelt het voor veel onderwijsgevenden en onderwijsdeskundigen aan. Want verander je een wet eerst, voordat je de scholen voldoende hebt voorzien van gekwalificeerd kader? Of voorzie je eerst in het gekwalificeerde kader, meer veiligheid en betere aansluiting op elkaar? Het geheel is vrijwel niet meer te volgen.◊ 

Dit artikel is verschenen in de weekendbijlage van 12 januari

Share on Facebook    

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina