Registreren | Inloggen       Colofon
  • Home
  • Stand van ons Boszaken - deel I

Stand van ons Boszaken - deel I

05/11/2019 18:00

Stand van ons Boszaken - deel I

 

Deel 1: DE STATUS VAN ONS BOS - ‘Stand van ons Boszaken’ is een zevendelige serie van Conservation International (CI), Amazon Conservation Team (ACT) en Tropenbos International (TBI). Doel is het Surinaamse publiek informeren over de stand van zaken van onze natuur. Als samenleving moeten we keuzes maken hoe wij omgaan met onze natuurlijke rijkdom. De periode 2020-2025 wordt daarvoor cruciaal. Waar een autoriteit stelt dat het beheersbaar is, slaat de milieuactivist luidkeels alarm. Deze serie wil gebalanceerd informeren, gebaseerd op bestaande data. Als stof voor een ‘Natuurdebat’ in maart 2020. Ook opdat partijen het bos hoog op hun agenda zetten. Alle Surinamers moeten aan het debat kunnen deelnemen. Deze serie draagt bij aan basiskennis. Opdat u niet alleen de (alarm)klok hoort luiden, maar ook weet waar de klepel hangt.

DE BESTEMMING IS het inheemse Trio-dorpje Alalapadu, in het bijna uiterste zuidwesten van Suriname, voor het afleveren van levensmiddelen en schoolbenodigdheden. We vliegen mee voor een overzicht op het bos. Er is er geen reden tot twijfel dat de vlucht met de ronkende eenmotorige Cessna over het 'groenste land' ter wereld gaat, magisch bedekt door een regenwoud van ontelbare schakeringen groen. Het versluierende wolkendek, dat zich zo nu en dan opent, verhoogt de mystiek. Na ruim anderhalf uur vliegen, wordt de landing ingezet op een - zo lijkt het - onbewoonde groene en ongerepte planeet, her en der glooiend vanwege afgeronde bergtoppen.

Relatief is Suriname, met een oppervlakte van 163.800 km2, een 'vrij klein' land. Maar absoluut is er sprake van een oneindig uitgestrekt regenwoud dat het landoppervlak voor 93 procent bedekt. Waar elders in de wereld steeds meer bossen in rap tempo verloren gaan, door onder meer agrarische ontwikkeling, houtkap en verstedelijking, staat ons bos er nog oer en solide bij. Maar voor hoe lang nog? Deze vraag drong zich op bij het zien van open plekken, tijdens het eerste half uur, als gevolg van 'kleinschalige' goudwinning. Als je het woud beziet als een vacht, dan zijn het net geïrriteerde kale plekken als gevolg van huidschimmel.

Uitgezaaid

Ontbossingskaart 2017

Ontbossingskaart 2017

 

VANUIT KILOMETERS HOOGTE zijn mensen net zo onzichtbaar als microben, maar door de aangevreten plekken in het groen is hun aanwezigheid evident. Een ontbossingskaart van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB), over de periode 2000-2015 op basis van satellietbeelden, versterkt deze vergelijking. Vooral in het noordoosten, rondom het stuwmeer in Brokopondo, is een concentratie van uitgezaaide rode vlekken op het grijs ingekleurde landoppervlak, die de sluipende ontbossing weergeven.

Dat oogt zeer verontrustend en toch is de jaarlijkse ontbossing in ons land met 0,05 procent vrij laag te noemen. Tot aan 2009 was de ontbossing zelfs 'historisch laag' met 0,02 procent per jaar. Vrij laag of niet, er is  sprake van ruim een verdubbeling en voor 2018 is de inschatting dat het 0,11 procent bedraagt. De gestage expansie van de mijnbouwsector, gaat ten koste van bos en milieu. Daarnaast zorgt de toegenomen houtproductie voor 'bosdegradatie', ofwel bosverarming.

Mijnbouw is verantwoordelijk voor 73 procent van de ontbossing, waarbij kleinschalige goudwinning voor de grootste impact zorgt. Dat is overeenkomstig de concentratie rode vlekken op de ontbossingskaart, die uitzaaien over het Marowijne-gebied, stroomopwaarts naar het zuidoosten.

Multipliereffect

TIJDENS DE BINNENLANDSE Oorlog (1986-1992) werd Oost-Suriname economisch het zwaarst getroffen. Werkgelegenheid was er nauwelijks. Daarom was kleinschalige goudwinning een aantrekkelijke inkomstenbron voor met name Marron-gemeenschappen. Destijds trokken ook steeds meer Braziliaanse garimpeiro's naar het Marowijnegebied, want in Brazilië en Frans-Guyana golden strengere beperkingen voor kleinschalige goudwinning. Dit veroorzaakte een multipliereffect op de ontbossing. Voor veel huishoudens in het binnenland is goudwinning nog steeds een voorname inkomstenbron.

Voordat goudzoekers aan de slag gaan, wordt meestal een stuk bos platgebrand nadat grote, economisch waardevolle bomen in stukken zijn verwijderd. Deze goudwinningsactiviteiten veroorzaken daarnaast kwikverontreiniging, vervuilde kreken en verslibbing van de rivier met alle aantasting van milieu en ecosystemen van dien. Het heeft ook zijn weerslag op de beschikbaarheid van voedsel en geschikt water voor de lokale gemeenschappen.

Koolstofopslag

OP HET BEDEKTE landoppervlak van Suriname bepalen boomkronen voor 90 tot 100 procent de vegetatie. Volgens het Klimaatakkoord van de Verenigde Naties (VN), waarbij ons land is aangesloten, is 30 procent boomdominantie voldoende om het 'bos' te noemen. En dan mag het ook struiken, palmen, bamboe en gras bevatten. Dat geeft aan hoe ongerept en dicht het Surinaamse bos is. De 15,2 miljoen hectare vertegenwoordigt bijna 1 procent van het totale mondiale tropische bos.

Suriname maakt deel uit van het Guyana-Schild dat grenst aan het Amazonegebied, wereldwijd een van de grootste blokken primair tropisch regenwoud met een zeer hoge biodiversiteit. Deze bieden 'ecosysteemdiensten' die ook mondiaal van belang zijn, zoals behoud van biodiversiteit, voedselzekerheid en beperken van de alles verstorende klimaatverandering, waarvan ontbossing een belangrijke oorzaak is.

Bossen houden broeikasgassen vast, zoals koolstof (CO2). Te veel CO2 in de atmosfeer veroorzaakt opwarming van de aarde en daarmee klimaatverandering. Binnen het Klimaatverdrag werd daarom in 2008 besloten dat ontbossing drastisch moet worden tegengegaan. Suriname is een HFLD-land. Dat staat voor 'high forest, low deforestation': hoge bosdekking en lage ontbossing. De Surinaamse bossen houden 11 gigaton aan CO2 vast, met een jaarlijkse opname van 8,8 miljoen ton. Dat is 1,5 procent van de wereldwijde boskoolstofopslag. En een aanzienlijke bijdrage tegen klimaatverandering, want ontbossing zorgt voor 18 tot 20 procent van de mondiale CO2-uitstoot.

Bij de Klimaatconferentie van Bonn in 2017 heeft Suriname bevestigd HFLD-land te blijven. En in februari 2019 werd op initiatief van ons land de HFLD Conferentie voor Mobilisatie van Klimaatfinanciering gehouden in Paramaribo. Verlies van een deel van deze CO2-opslagcapaciteit zal onherroepelijk leiden tot niet behalen van de vastgelegde mondiale doelen.

Suriname is ook een 'koolstofnegatief' land, wat betekent dat het meer CO2 opslaat dan uitstoot. Voor het behouden van haar bossen ten behoeve van de wereld, wil en kan Suriname in aanmerking komen voor zogenoemde 'koolstofkredieten'. Ons land heeft zich aangesloten bij het REDD+ Programma van de VN. REDD+ is een mechanisme voor 'klimaatfinanciering' uit koolstofkredieten. Hiermee kan weer geïnvesteerd worden in duurzame economische alternatieven. Dat wordt een enorme uitdaging, want de groei van onze economie blijft voorlopig in grote mate afhankelijk van winningsindustrieën en landbouw.

2019-11-05 (2)

1 ha = 2 voetbalvelden * = verwachting

Lokale betrokkenheid

SURINAME HEEFT MOMENTEEL 2,1 miljoen hectare aan beschermde natuur, waaronder het Centraal Suriname Natuurreservaat (CSNR). Dat is een gebied honderdvijftien maal zo groot als Paramaribo. Maar een beschermd gebied onaantastbaar maken ook voor lokale gemeenschappen werkt juist averechts. Er is nauwelijks overheidscontrole terwijl lokale gemeenschappen niet langer betrokkenheid ermee hebben. Het Brownsberg Natuurpark is hiervan het schrijnende voorbeeld. Vrijwel elk natuurpark of natuurreservaat is aan de rand omringd door houtkapconcessies.

"Het op slot gooien van onze beschermde gebieden betekent dat in de praktijk 13 procent van ons landgebied, geen bijdrage levert aan onze economische ontwikkeling", zegt John Goedschalk, directeur van Conservation International Suriname (CI-S). "We moeten een manier vinden om beschermde gebieden weer in de economische infrastructuur te brengen. Het zijnhot spotsvan biodiversiteit waarmee geld valt te verdienen, bijvoorbeeld in de vorm van ecotoerisme."

In 2017 is het tweejarige 'Matawai Pilot Project' opgestart. Dit vanwege het feit dat de Matawai-gemeenschap een concessie van 97.000 hectare is toegekend voor gemeenschapsbosbouw, grenzend aan het CSNR. Het project wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de gemeenschap. Het behelst onder meer een 'bufferzone' tussen het gemeenschapsbos en het CSNR. Deze bufferzone, waar in principe niet gekapt mag worden, wordt zelf door de Matawai bewaakt. Ook wordt binnen het project een deel van hun gemeenschapsbos duurzaam beheerd in de vorm van een 'gemeenschapsreservaat'.

Er is een tussentijdse 'impactanalyse' uitgevoerd. Die wijst uit dat de ontbossingsgraad van het Matawai-gemeenschapsbos lager is, vergeleken met andere lokale gemeenschapsbossen, privéconcessies en het CSNR. Het ontbossingspercentage van het 'gemeenschapsreservaat' is zelfs lager dan dat van beschermde gebieden. Dit alles toont mogelijk de effectiviteit aan van 'duurzame landschapsaanpak' en natuurbescherming met grote lokale betrokkenheid. Op 10 augustus vorig jaar is de conceptwet 'Duurzaam Natuurbeheer' aangeboden aan DNA. Als deze nieuwe wet wordt aangenomen kunnen particulieren een aanvraag indienen om een bepaald stuk gebied te beschermen. Hierdoor kunnen lokale gemeenschappen een zeer belangrijke rol krijgen.

Houtblokken

Bosfragmentatie

COMMERCIËLE HOUTKAP VEROORZAAKT niet zozeer ontbossing maar bosdegradatie. Er wordt in Suriname voornamelijk 'selectief' gekapt volgens de 'verminderde impact'-eisen van de Internationale Organisatie voor Tropisch Hout (ITTO). Toch zal de bijdrage aan bosafbraak aanzienlijk toenemen vanwege snelgroeiende houtproductie, toenemende wereldvraag naar tropisch hout en ontoereikende wetshandhaving. Momenteel is 2,5 miljoen hectare uitgegeven aan houtkapconcessies.

Selectieve houtkap of niet, er kleeft nog een nadeel aan ondoordacht uitgeven van houtkapconcessies. Namelijk de aanleg van wegen om de stammen af te voeren. En een weg betekent ontsluiting van een gebied en het daarmee ook makkelijker toegankelijk maken voor andere (illegale) economische activiteiten. Zoals jagen en stropen. Uitsterven of uitdunning van diersoorten veroorzaakt omgekeerd veranderingen in de bossamenstelling. Dieren spelen immers een vitale rol in ecosystemen, zoals het verspreiden van zaden met hun uitwerpselen.

"Je krijgt sowieso bosdegradatie tot zo'n kilometer aan weerszijden van de weg", zegt Rudi van Kanten, directeur van Tropenbos Suriname, over de aanleg van houtkapwegen. Dit wordt het'edge effect'genoemd. "Het kan ook leiden tot bosfragmentatie en dat heeft gevolgen voor aaneengesloten ecosystemen", waarschuwt hij. Fragmentatie wil zeggen aaneengesloten bos, maar ergens "geen verbinding meer van A naar B". Hierdoor kunnen bepaalde dieren zoals apen en luiaards zich niet meer verplaatsen. "En hoe meer het bos fragmenteert hoe groter de kwaliteit van het gehele ecosysteem nadelig wordt beïnvloed en achteruitgaat."

Zorgwekkend

TROPENBOS STELT 'KENNIS in dienst' van mens én bos, zodat 'goed onderbouwde' beslissingen worden genomen en 'goede managementpraktijken' aan de dag worden gelegd. "Als je geen goede planning hebt, dan gaan mensen gewoon aan zo'n weg wonen en zo ontstaat die lintbebouwing die typisch is voor Suriname", vertelt Van Kanten. Ook komen ontwikkelingen ongecontroleerd in een 'stroomversnelling'. Zoals dat het geval is door de weg naar Atjoni waar borden staan met 'We kopen hout op' en vermelding van cellulair nummer. Van Kanten: "Men begon meer hout en meerdere houtsoorten op te kopen en in containers te transporten. Ik zie het als een trend die goed gereguleerd moet worden om niet zorgwekkend te zijn."

Hij noemt ook de recentelijk aangelegde weg naar Pusugrunu in het Matawai-gebied. Vanuit die weg gaan al andere wegen naar het Saamaka-gebied aan de Boven-Suriname. Ook sommige dorpen daar, zoals Abenaston en Kayapaati, hebben hun eigen concessie maar het begrip 'gemeenschapsbos' blijkt niet overal even sterk. "Dat zorgt voor fragmentatie en steeds meer plekken waaraan je ziet dat het bos er niet goed uitziet." Van Kanten wijst ook op de kleinschalige goudzoekers. "Dat moet snel worden gereguleerd. Vervuiling zorgt ervoor dat bos van samenstelling gaat veranderen, en op langere termijn kom je er bekaaid vanaf. Anders ben je dan nog wel het meest beboste land maar met aanzienlijk minder kwaliteit.".

Als u vragen heeft over dit artikel kunt u contact opnemen met Els van Lavieren van CI-S per email evanlavieren@conservation.org

Share on Facebook    

Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina